1. Er is een programmeringscommissie bestaande uit:
a. de directeur Natuur- en Landschapsbescherming van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.
b. een door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aangewezen ambtenaar van de hoofddirectie Natuurbehoud en Openluchtrecreatie van zijn departement;
c. het hoofd van de Stafafdeling Beleidsvoorbereiding Natuurbehoud, Recreatie en Media van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk;
d. de directeur Faunabeheer van het Ministerie van Landbouw en Visserij;
e. de directeur Natuurbehoud van het Staatsbosbeheer;
f. de directeur Bos- en Landschapsbouw van het Staatsbosbeheer;
g. de algemeen directeur Landbouwkundig Onderzoek van het Ministerie van Landbouw en Visserij;
h. de directeur Beheer Landbouwgronden van het Ministerie van Landbouw en Visserij;
i. een vertegenwoordiger van de Stichting Natuur en Milieu;
j. een vertegenwoordiger van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland;
k. een vertegenwoordiger van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.
2. De leden kunnen zich in de vergadering doen vervangen.
3. De directeur Natuur- en Landschapsbescherming van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk is voorzitter van deze commissie. De directeur Natuurbehoud van het Staatsbosbeheer is plaatsvervangend voorzitter. De algemeen directeur van het instituut is ambtshalve secretaris.
4. De niet-ambtelijke leden van de commissie worden benoemd en ontslagen door de Ministers van Landbouw en Visserij en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk gezamenlijk. Hun benoeming geschiedt voor 5 jaren. Zij kunnen worden herbenoemd. Het lidmaatschap eindigt bij het bereiken van de zeventigjarige leeftijd.
5. De algemeen directeur van het instituut stelt jaarlijks een plan van werkzaamheden voor het komende jaar op en legt dit aan de commissie voor.
6. De commissie brengt vóór de eerste oktober van het jaar voorafgaande aan dat waarop het plan betrekking heeft, hierover advies uit aan de algemeen directeur van het Staatsbosbeheer en de hoofddirecteur Natuurbehoud en Openluchtrecreatie van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Zij stellen, indien de commissie een eenstemmig advies uitbrengt en zij zich hiermede kunnen verenigen, gezamenlijk het plan overeenkomstig het advies vast. Indien zij zich met dit advies niet kunnen verenigen, dan wel geen eenstemmig advies is uitgebracht, leggen zij het plan, vergezeld van het advies, voor aan de Ministers van Landbouw en Visserij en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, die gezamenlijk beslissen.