De commissie heeft tot taak:
a. zich op grond van de feitelijke ontwikkelingen in de welzijnssituatie van de Molukse groepering in Nederland te beraden over de inhoud en de vormgeving van een beleid, gericht op het maatschappelijk en cultureel welzijn van de Molukkers in de Nederlandse samenleving;
b. de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk op diens verzoek of eigener beweging schriftelijk voorstellen te doen omtrent te nemen maatregelen met betrekking tot het welzijn der Molukkers in Nederland.
1. De leden van de commissie worden benoemd door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, hierna te noemen: de Minister.
2. De voorzitter en de secretaris worden als zodanig benoemd, laatstgenoemde op voordracht van de commissie.
1. De secretaris doet zich bij de uitvoering van de aan zijn taak verbonden administratieve werkzaamheden bijstaan door de Directie Samenlevingsopbouw van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, waartoe de Minister aan de commissie een rapporteur toevoegt.
2. Tot de taak van de rapporteur behoort onder meer:
a. het voorbereiden van de vergaderingen van de commissie in overleg met de voorzitter en de secretaris;
b. het in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de commissie opstellen van adviezen, nota's en verslagen.
c. het verschaffen van documentatie en informatie aan de commissie.
De adviezen, nota's en rapporten van de commissie worden vastgesteld bij meerderheid van stemmen en schriftelijk aan de Minister aangeboden. Ieder lid is bevoegd een afwijkende mening daarin te doen opnemen.
1. Ten behoeve van haar werkzaamheden kunnen uit de commissie commissies ad hoc worden gevormd.
De leden van deze commissies wijzen uit hun midden een voorzitter aan.
2. De commissies ad hoc kunnen zich verzekeren van de medewerking van deskundigen.
3. De rapporteur treedt op als secretaris van de commissies ad hoc.
De commissie kan met inachtneming van de bepalingen van deze beschikking haar werkzaamheden en de werkwijze van de secretaris en de rapporteur nader regelen.
De kosten voortvloeiende uit de door of namens dan wel in opdracht van de commissie verrichte werkzaamheden komen, na verkregen goedkeuring van de Minister, ten laste van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.
Aan de voorzitter, de secretaris en de niet-ambtelijke leden van de commissie wordt een vakatiegeld toegekend, waarvan het bedrag nader zal worden vastgesteld.
Aan de leden van de commissie wordt uit 's Rijks kas vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen, welke voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's Rijks dienst gelden of zullen gelden voor categorie A.
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van het Besluit post- en archiefzaken rijksadministratie 1950 ( Stb.K 425) op overeenkomstige wijze als ten departemente van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie opgenomen in het archief van het departement.