BWBR0002574
Artikel 4
Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen
1 Behoudens het in het tweede lid bepaalde, is het in het eerste lid van artikel 2 bedoelde bedrag-B het bedrag, dat de betrokkene ingevolge de Algemene burgerlijke
pensioenwet, zoals deze wet laatstelijk luidde op 31 december 1995 uitsluitend naar
diensttijd en berekeningsgrondslag berekend in totaal aan pensioen, weduwenpensioen
of wezenpensioen zou toekomen, indien de gepensioneerde ambtenaar of de ambtenaar
in Nederlandse ambtelijke dienst zou zijn geweest en daaruit zou zijn gepensioneerd
onderscheidenlijk daarin zou zijn overleden, met dien verstande, dat voor de berekening:
1e.
a. ten aanzien van een gepensioneerd ambtenaar als diensttijd zal gelden de tijd - mits
en naar mate deze tijd ingevolge de Surinaamse of Nederlands Antilliaanse pensioenregelingen
als voor pensioen geldig in aanmerking komt - welke voor de vaststelling van het Surinaamse
of Nederlands Antilliaanse pensioen, uitgesteld pensioen, uitkering bij wijze van
pensioen of onderstand als daarvoor geldig in aanmerking is genomen, welke tijd wordt
vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller is 40 en de noemer gelijk is aan
het aantal dienstjaren, dat ingevolge de op 1 januari 1967 geldende Surinaamse of
Nederlands-Antilliaanse pensioenregeling of pensioenregelingen benodigd is of zou
zijn geweest voor het verkrijgen van het hoogste pensioenpercentage; In afwijking
van het vorenstaande wordt eventuele Nederlandse voordiensttijd die voor de helft
in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het vorenbedoeld pensioen jaar voor
jaar meegeteld als diensttijd.
b. ten aanzien van een weduwe of een wees als diensttijd zal gelden de tijd, welke ingevolge
het bepaalde onder a ten aanzien van degene, aan wiens overlijden het recht op Surinaams of Nederlands
Antilliaans weduwen- of wezenpensioen, uitkering bij wijze van pensioen dan wel wezenonderstand
wordt ontleend, als diensttijd heeft of zou hebben gegolden, met dien verstande, dat
indien het betreft een weduwe of wees van een voor de beëindiging van zijn dienstverband
en voor het bereiken van de 55-jarige leeftijd overleden ambtenaar, de onder a bedoelde Surinaamse of Nederlands Antilliaanse tijd zal worden doorgeteld tot het
einde van de maand, waarin die ambtenaar de leeftijd van 55 jaren zou hebben bereikt
en vervolgens wordt vermenigvuldigd met de onder a bedoelde breuk;
2e. het bedrag, dat als berekeningsgrondslag zal gelden, door Onze Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld met inachtneming van de door hem aan
te wijzen Nederlandse ambtelijke betrekking of betrekkingen, waarvoor een bezoldigingsregeling
geldt, die door het Rijk, van rijkswege of naar rijksnormen is vastgesteld en die
kan of kunnen worden geacht te zijn gelijkwaardig aan de betrekking of betrekkingen
door de gepensioneerde ambtenaar of ambtenaar bekleed, zomede van het daarin toe te
rekenen ambtelijk inkomen waaruit de daarin opgenomen premiecompensatie wordt geëlimineerd
overeenkomstig artikel F 6, vierde lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals
die wet luidde op 31 december 1995.
2 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde wordt:
a. indien en voor zover het betreft een uitkering bij wijze van pensioen als bedoeld
in de artikelen 5 en 6 van de Nederlands Antilliaanse Landsverordening leeftijdsgrens
ambtenaren", het bedrag-B gesteld op een bedrag gelijk aan de helft van het in het
eerste lid bedoelde pensioen, weduwenpensioen of wezenpensioen;
b. indien en voor zover het betreft een Nederlands Antilliaans pensioen, waarop ingevolge
de regeling op grond waarvan het is toegekend een evenredige vermindering wordt toegepast,
het bedrag-B, voor zolang die vermindering duurt, naar dezelfde evenredigheid lager
gesteld.
pensioenwet, zoals deze wet laatstelijk luidde op 31 december 1995 uitsluitend naar
diensttijd en berekeningsgrondslag berekend in totaal aan pensioen, weduwenpensioen
of wezenpensioen zou toekomen, indien de gepensioneerde ambtenaar of de ambtenaar
in Nederlandse ambtelijke dienst zou zijn geweest en daaruit zou zijn gepensioneerd
onderscheidenlijk daarin zou zijn overleden, met dien verstande, dat voor de berekening:
1e.
a. ten aanzien van een gepensioneerd ambtenaar als diensttijd zal gelden de tijd - mits
en naar mate deze tijd ingevolge de Surinaamse of Nederlands Antilliaanse pensioenregelingen
als voor pensioen geldig in aanmerking komt - welke voor de vaststelling van het Surinaamse
of Nederlands Antilliaanse pensioen, uitgesteld pensioen, uitkering bij wijze van
pensioen of onderstand als daarvoor geldig in aanmerking is genomen, welke tijd wordt
vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller is 40 en de noemer gelijk is aan
het aantal dienstjaren, dat ingevolge de op 1 januari 1967 geldende Surinaamse of
Nederlands-Antilliaanse pensioenregeling of pensioenregelingen benodigd is of zou
zijn geweest voor het verkrijgen van het hoogste pensioenpercentage; In afwijking
van het vorenstaande wordt eventuele Nederlandse voordiensttijd die voor de helft
in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het vorenbedoeld pensioen jaar voor
jaar meegeteld als diensttijd.
b. ten aanzien van een weduwe of een wees als diensttijd zal gelden de tijd, welke ingevolge
het bepaalde onder a ten aanzien van degene, aan wiens overlijden het recht op Surinaams of Nederlands
Antilliaans weduwen- of wezenpensioen, uitkering bij wijze van pensioen dan wel wezenonderstand
wordt ontleend, als diensttijd heeft of zou hebben gegolden, met dien verstande, dat
indien het betreft een weduwe of wees van een voor de beëindiging van zijn dienstverband
en voor het bereiken van de 55-jarige leeftijd overleden ambtenaar, de onder a bedoelde Surinaamse of Nederlands Antilliaanse tijd zal worden doorgeteld tot het
einde van de maand, waarin die ambtenaar de leeftijd van 55 jaren zou hebben bereikt
en vervolgens wordt vermenigvuldigd met de onder a bedoelde breuk;
2e. het bedrag, dat als berekeningsgrondslag zal gelden, door Onze Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties wordt vastgesteld met inachtneming van de door hem aan
te wijzen Nederlandse ambtelijke betrekking of betrekkingen, waarvoor een bezoldigingsregeling
geldt, die door het Rijk, van rijkswege of naar rijksnormen is vastgesteld en die
kan of kunnen worden geacht te zijn gelijkwaardig aan de betrekking of betrekkingen
door de gepensioneerde ambtenaar of ambtenaar bekleed, zomede van het daarin toe te
rekenen ambtelijk inkomen waaruit de daarin opgenomen premiecompensatie wordt geëlimineerd
overeenkomstig artikel F 6, vierde lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals
die wet luidde op 31 december 1995.
2 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde wordt:
a. indien en voor zover het betreft een uitkering bij wijze van pensioen als bedoeld
in de artikelen 5 en 6 van de Nederlands Antilliaanse Landsverordening leeftijdsgrens
ambtenaren", het bedrag-B gesteld op een bedrag gelijk aan de helft van het in het
eerste lid bedoelde pensioen, weduwenpensioen of wezenpensioen;
b. indien en voor zover het betreft een Nederlands Antilliaans pensioen, waarop ingevolge
de regeling op grond waarvan het is toegekend een evenredige vermindering wordt toegepast,
het bedrag-B, voor zolang die vermindering duurt, naar dezelfde evenredigheid lager
gesteld.