BWBR0002529
Artikel 3
Besluit nadere regeling inschrijving ziekenfondsverzekering
(Artikel 5, tweede en derde lid, van het Inschrijvingsbesluit)
1 In afwachting van de ontvangst van het advies, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van
de Beschikking inkomensvaststelling bejaardenziekenfondsverzekering, schrijft het
ziekenfonds degene, die zich aanmeldt voor de bejaardenverzekering, voorlopig voor
de duur van ten hoogste drie maanden in, tenzij het vermoedt, dat de betrokkene niet
tot de bejaardenverzekering kan worden toegelaten.
2 Gedurende de voorlopige inschrijving, als bedoeld in het voorgaande lid, int het ziekenfonds
van de betrokkene de premie, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de Ziekenfondswet, tenzij het vermoedt, dat het inkomen van de betrokkene niet meer bedraagt dan het
inkomensbedrag, genoemd in artikel 25, vierde lid, der Ziekenfondswet, in welk geval het ziekenfonds de premie, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Ziekenfondswet, int.
Met het inkomensbedrag, genoemd in artikel 25, vierde lid, van de Ziekenfondswet, waarnaar in de vorige volzin wordt verwezen, wordt bedoeld het overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van de Ziekenfondswet herziene bedrag, indien laatstgenoemde bepaling toepassing heeft gevonden.
3 Blijkt na ontvangst van het advies, bedoeld in het eerste lid, dat de betrokkene een
lagere premie verschuldigd is dan die, welke voorlopig van hem is geïnd, dan restitueert
het ziekenfonds het verschil.
1 In afwachting van de ontvangst van het advies, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van
de Beschikking inkomensvaststelling bejaardenziekenfondsverzekering, schrijft het
ziekenfonds degene, die zich aanmeldt voor de bejaardenverzekering, voorlopig voor
de duur van ten hoogste drie maanden in, tenzij het vermoedt, dat de betrokkene niet
tot de bejaardenverzekering kan worden toegelaten.
2 Gedurende de voorlopige inschrijving, als bedoeld in het voorgaande lid, int het ziekenfonds
van de betrokkene de premie, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de Ziekenfondswet, tenzij het vermoedt, dat het inkomen van de betrokkene niet meer bedraagt dan het
inkomensbedrag, genoemd in artikel 25, vierde lid, der Ziekenfondswet, in welk geval het ziekenfonds de premie, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Ziekenfondswet, int.
Met het inkomensbedrag, genoemd in artikel 25, vierde lid, van de Ziekenfondswet, waarnaar in de vorige volzin wordt verwezen, wordt bedoeld het overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van de Ziekenfondswet herziene bedrag, indien laatstgenoemde bepaling toepassing heeft gevonden.
3 Blijkt na ontvangst van het advies, bedoeld in het eerste lid, dat de betrokkene een
lagere premie verschuldigd is dan die, welke voorlopig van hem is geïnd, dan restitueert
het ziekenfonds het verschil.