BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 36m
Mijnreglement 1964
m ... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 De bestuurders van een mijnonderneming of in artikel 12, eerste lid, bedoelde andere onderneming moeten voor elke bij die onderneming in gebruik zijnde mijnbouwinstallatie in het bezit zijn van een verklaring, waaruit blijkt, dat ten tijde, dat zij werd afgegeven, was voldaan aan de bij en krachtens artikel 36 k , zomede artikel 36 l , indien dit artikel op de installatie van toepassing is, gegeven voorschriften. In een zodanige verklaring kan worden bepaald, dat zij slechts geldig is tot een daarin aangegeven tijdstip. 2 De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt afgegeven: a. voor op of boven de bodem van een oppervlaktewater als in artikel 36 a , tweede lid, onder a , bedoeld geplaatste mijnbouwinstallaties door de Directeur van de technische dienst van ’s Rijks Kustverlichting; b. voor andere mijnbouwinstallaties door de Directeur-Generaal van de Rijkswaterstaat. 3 Ter verkrijging van de in het eerste lid bedoelde verklaring dienen aan degene, die bevoegd is de verklaring af te geven, de door deze te bepalen gegevens te worden verstrekt. Tevens dient aan hem, indien hij zulks verlangt, de desbetreffende apparatuur of een kenmerkend monster daarvan voor onderzoek op een door hem te bepalen plaats ter beschikking te worden gesteld. 4 Onze Minister kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.