BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 255
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 Het ontstaan van steen- of kolenstof en het vrijkomen daarvan in de lucht moeten met doelmatige middelen worden tegengegaan. In de lucht vrijgekomen schadelijk of hinderlijk stof moet met doelmatige middelen worden bestreden. Doelmatige maatregelen moeten worden genomen om de arbeiders tegen de nadelige gevolgen van inademing van steen- of kolenstof te beschermen. 2 Met het oog op de uitvoering van het eerste lid kan Onze Minister voor de concentratie van stof grenswaarden vaststellen. 3 De concentratie en de samenstelling van steen- of kolenstof moeten bij alle ondergrondse werkpunten op doelmatig gekozen tijdstippen en volgens doelmatige methoden worden gemeten en daarna worden onderzocht. 4 De uitkomsten van het onderzoek en de omstandigheden waaronder het is verricht moeten op doelmatige wijze worden geregistreerd, verwerkt en bewaard. 5 Op elk mijnwerk moet tenminste één deskundig persoon worden belast met de leiding van de in het derde en het vierde lid bedoelde werkzaamheden en met de controle op de maatregelen, welke ingevolge het bij het eerste lid bepaalde zijn genomen. 6 Elke in de ondergrondse werken werkzame persoon moet medewerken aan de uitvoering van de ingevolge het eerste lid genomen maatregelen. 7 Onze Minister kan verlangen, dat aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen periodiek een doelmatige opgave wordt gedaan van hetgeen ingevolge het bij het eerste, het derde en het vierde lid bepaalde is verricht, alsmede van de namen der ingevolge het vijfde lid aangewezen personen.