BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 236a
Mijnreglement 1964
a ... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 Op plaatsen, waar personen in verband met door hen te verrichten arbeid moeten verblijven, dient het geluidsniveau te worden beoordeeld en, indien nodig, gemeten ten einde de arbeidsplaatsen te bepalen waar personen aan niveaus van schadelijk geluid kunnen worden blootgesteld. 2 De beoordeling en de meting, bedoeld in het eerste lid, moeten geprogrammeerd en op een kundige wijze worden uitgevoerd en moeten representatief zijn voor de blootstelling aan geluid op de arbeidsplaats gedurende de dagelijkse arbeidstijd. De beoordeling en de meting moeten met passende tussenpozen worden herhaald, doch in elk geval indien er voor het geluid op de arbeidsplaats relevante veranderingen plaatsvinden in de arbeid of de omstandigheden waaronder deze arbeid wordt verricht en indien er redenen zijn om aan te nemen, dat de uitgevoerde beoordeling of meting onjuist is. 3 De bij de meting gebruikte methoden en apparaten moeten aan de desbetreffende omstandigheden zijn aangepast. Met name moet daarbij worden gelet op de kenmerken van het te meten geluid en de omgevingsfactoren. De meetmethode en het meetapparaat dienen op elkaar te zijn afgestemd. De gebruikte methoden en apparaten moeten geschikt zijn om te bepalen of de krachtens de artikelen 236 b , 236 c en 236 e vastgestelde niveaus van schadelijk geluid al dan niet worden overschreden. 4 De ondernemingsraad of, bij het ontbreken daarvan, de betrokken personen wordt de gelegenheid gegeven een oordeel over de wijze van beoordeling en meting kenbaar te maken. De ondernemingsraad of, bij het ontbreken daarvan, de betrokken personen krijgen op hun verzoek uitleg over de betekenis van de meetresultaten. 5 De resultaten van de ingevolge dit artikel uitgevoerde beoordelingen en metingen moeten in een doelmatig register en gedurende ten minste 10 jaren worden bewaard. De resultaten worden, voorzien van een toelichting, ter kennis gebracht van de ondernemingsraad of, bij het ontbreken daarvan, van de betrokken werkzame personen. De bedrijfsgeneeskundige dienst, bedoeld in artikel 223, dan wel, indien artikel 223, vierde lid, toepassing heeft gevonden, de desbetreffende arts, heeft toegang tot de resultaten van de ingevolge dit artikel uitgevoerde beoordelingen en metingen. 6 Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regelen stellen.