BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 23
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 Plaatsen, waar arbeid wordt of moet worden verricht of waar arbeiders, al dan niet in verband met hun arbeid, aanwezig plegen te zijn, moeten bereikt kunnen worden en verlaten kunnen worden via vluchtwegen en nooduitgangen die via de kortste weg leiden naar de open lucht, een veiligheidszone, een veilig verzamelpunt of een veilig evacuatiestation. 2 De in het eerste lid bedoelde plaatsen alsmede de wegen en doorgangen tot het bereiken en verlaten van die plaatsen moeten voldoende ruim zijn en worden vrij gehouden van al hetgeen de arbeid of de doorgang kan belemmeren of aanleiding kan geven tot ongevallen. 3 Bij gevaar moeten alle werkplekken snel en optimaal veilig door de arbeiders kunnen worden ontruimd. 4 Het aantal, de locatie en de afmetingen van de vluchtwegen en de nooduitgangen zijn afhankelijk van het gebruik, de uitrusting en de afmetingen van de arbeidsplaatsen, alsmede van het maximum aantal personen dat zich op deze plaatsen kan ophouden. 5 De woon- en verblijfsruimten moeten ten minste twee afzonderlijke nooduitgangen hebben, die zover mogelijk van elkaar zijn gelegen en uitkomen in een veiligheidszone, een veilig verzamelpunt of een veilig evacuatiestation. 6 Bij het uitvallen van de verlichting moeten de vluchtwegen en nooduitgangen die verlichting behoeven met een voldoende sterke noodverlichting zijn uitgerust. 7 Voor zover daartoe aanleiding bestaat, moeten voorzieningen zijn getroffen tegen glijden, struikelen of vallen.