BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 222
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 Op elk mijnwerk moeten in door Onze Minister goedgekeurde vorm aanwezig zijn een luchtplan, een luchtregister en een luchtstamboom of een staat van luchtafdelingen. Bij het luchtplan moeten aanwezig zijn plannen, waarop de plaatsen, waar zich luchtmeetstations, transformatorkamers of telefoontoestellen bevinden, zijn aangegeven en die voorts de gegevens bevatten, welke Onze Minister verder nodig acht. 2 Het luchtplan moet een voldoend duidelijke verzameling zijn van de afzonderlijke horizontale projecties der verschillende lagen en verdiepingen, waarop de gehele loop van de lucht door de ondergrondse werken is aangegeven. 3 Het luchtregister moet de nodige gegevens bevatten, waaruit kan blijken of aan de voorschriften, vervat in de artikelen 195, 196, 214 en 254, eerste en tweede lid, is voldaan, benevens de stroken der in artikel 221 bedoelde zelfregistrerende barometers; het moet tevens de tijd, de plaats van de monsterneming en de uitkomsten van de gemaakte luchtanalyses vermelden. 4 Ten spoedigste moeten bovendien in het luchtregister worden aangetekend de onregelmatigheden in de luchtverversing, de aanwezigheid van en het geconstateerde percentage mijngas, de aanwezigheid van andere schadelijke gassen of een gebrek aan zuurstof, bedoeld in de artikelen 193, eerste lid, 194, tweede lid, 199, 200, eerste lid, 202, eerste lid, 204, 210, derde lid, en 216, derde lid, onder vermelding van voldoende nadere gegevens. 5 De luchtstamboom en de staat van luchtafdelingen moeten in overzichtelijke vorm de door Onze Minister aangewezen gegevens bevatten. 6 Aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen moet een exemplaar van het luchtplan, alsmede van de luchtstamboom of van de staat van luchtafdelingen worden verstrekt. Zo dikwijls hij dit wenst, moeten deze exemplaren worden bijgewerkt.