BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 216
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 De verantwoordelijke toezichthoudende persoon van elke afdeling moet steeds over een veiligheidslamp met vlam of een ander doelmatig meetapparaat kunnen beschikken. Hij moet een onderzoek naar de aanwezigheid van mijngas, andere daar te verwachten schadelijke gassen en een mogelijk gebrek aan zuurstof instellen, zo dikwijls hem dit wordt opgedragen of hem dit nodig lijkt. 2 Voor elk werkpunt dient voorts nog een persoon te zijn aangewezen, die de nodige geschiktheid bezit tot het instellen van een onderzoek als in het eerste lid bedoeld. Het in dat lid bepaalde is te zijnen aanzien van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat hij in elk geval een onderzoek moet instellen, zodra hij het werkpunt betreedt. 3 Onverminderd het in de artikelen 200, 202 en 210, derde lid, bepaalde, moet de in het tweede lid bedoelde persoon een door hem geconstateerde abnormale concentratie van mijngas of ander schadelijk gas of een geconstateerd gebrek aan zuurstof ten spoedigste melden aan de ter plaatse verantwoordelijke toezichthoudende persoon, onder opgave van plaats en tijd, waarop deze werden geconstateerd. De toezichthoudende persoon moet van zodanige mededeling onverwijld kennis geven aan de bedrijfsleiding.