BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 176
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 Op mijn- en boorwerken moeten op door of vanwege de bestuurders van de betrokken mijnonderneming, aan te wijzen plaatsen aanwezig zijn: a. een voldoende aantal doelmatige en voor onmiddellijk gebruik gereed zijnde brandblusmiddelen; b. een voldoende aantal doelmatige branddetectoren en alarmsystemen; c. een of meer doelmatig samengestelde groepen van in het gebruik van brandblusmiddelen als onder a bedoeld voldoend geoefende personen; d. een doelmatig register van die personen en de door hen gehouden oefeningen. 2 Aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen dient jaarlijks een op het volgende kalenderjaar betrekking hebbend brandbestrijdingsplan voor alle tot de betrokken mijnonderneming behorende mijn- of boorwerken te worden toegezonden; het moet tenminste 14 dagen vóór de aanvang van het betrokken kalenderjaar in zijn bezit zijn. 3 In geval in de loop van enig kalenderjaar met de aanleg van een mijn- of boorwerk wordt begonnen, dient tijdig tevoren een op dat jaar en dat werk betrekking hebbend brandbestrijdingsplan aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen te worden toegezonden. 4 Onze Minister bepaalt, welke gegevens in een brandbestrijdingsplan moeten zijn vermeld. In ieder geval moeten gedetailleerde gegevens zijn vermeld over de te nemen maatregelen om het ontstaan en de uitbreiding van branden te voorkomen, branden op te sporen en te bestrijden. 5 Onze Minister kan voor een door hem aangewezen mijn- of boorwerk van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen; hij kan daarbij goedkeuren, dat bepaalde mijnondernemingen voor de uitvoering van het in dat lid bepaalde een gemeenschappelijke brandbestrijdingsdienst vormen.