BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 158
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 In door Onze Minister te bepalen gevallen mogen diepboringen slechts op veilige afstand van elkaar worden verricht. 2 Diepboringen mogen niet worden verricht en door Onze Minister aan te wijzen onderdelen van boorwerken mogen niet worden tot stand gebracht of in stand gehouden binnen een door hem te bepalen afstand van onderdelen van boorwerken, waar zich een stookplaats of een andere inrichting voor het maken van open vuur bevindt. 3 Doelmatige maatregelen moeten worden genomen ter verzekering van de veiligheid der bij een diepboring en in de nabijheid daarvan aanwezige personen. 4 Indien opsporing of winning van aardolie of aardgas doel van een diepboring is of indien enige aanwijzing bestaat, dat aardolie of aardgas bij een diepboring kan worden aangetroffen, moeten doelmatige maatregelen worden genomen, teneinde de bij de diepboring betrokken personen op de hoogte te brengen van de gevaren, aan de aanwezigheid van aardolie en aardgas verbonden. 5 Een nog niet voltooide diepboring, waarbij een aardolie- of aardgashoudende laag is aangeboord en waarop tijdelijk niet wordt gewerkt, moet voldoende worden bewaakt. 6 Onze Minister kan van het in het vijfde lid bepaalde ontheffing verlenen.