BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 154
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 Voor het verrichten van arbeid, waarbij het gevaar bestaat van een hoogte van 2,50 meter of meer te vallen, of gevaar voor bedwelming, verstikking, vergiftiging, verbranding of verdrinking als gevolg van een val, moet een doelmatige steiger, stelling of werkvloer dan wel een doelmatig bordes zijn aangebracht, tenzij het arbeid betreft, welke op voldoend veilige wijze staande op een ladder kan worden verricht. Indien genoemde voorzieningen niet of slechts ten dele kunnen worden getroffen, moet tot afwending van het gevaar gebruik worden gemaakt van doelmatige veiligheidsgordels, vangnetten of dergelijke, tenzij het gebruik hiervan uit een oogpunt van veiligheid niet dienstig is. 2 Bij werkzaamheden in bunkers, kokers of dergelijke ruimten, waar gevaar bestaat te worden bedolven onder instortend materiaal of gevaar voor afstorten, moeten zij, die deze werkzaamheden verrichten, met behulp van doelmatige veiligheidsgordels op veilige wijze zijn aangebonden en moet een voldoende aantal personen aanwezig zijn om hen in geval van gevaar buiten die ruimten te kunnen brengen. 3 Bij het maken van groeven, sleuven, tunnels, gangen, kuilen en putten moeten doelmatige voorzorgsmaatregelen worden genomen en doelmatige hulpmiddelen worden gebruikt, welke voldoende waarborgen geven tegen het gevaar voor verzakken, afkalven, verschuiven of instorten. 4 Bij het storten of afgraven van grond, mergel, gesteente, veen, kunstmest, delfstoffen, afval en dergelijke moeten doelmatige voorzorgsmaatregelen worden genomen en doelmatige hulpmiddelen worden gebruikt, welke voldoende waarborgen geven tegen het gevaar van verzakken, afkalven, verschuiven, instorten of afstorten. 5 Het plaatsen, opstapelen en van stapel nemen van voorwerpen of stoffen moet zodanig geschieden, dat onverhoeds omvallen of verzakken van de voorwerpen, de stoffen of de stapel zoveel mogelijk wordt voorkomen; zo nodig moeten tegen onverhoeds omvallen of verzakken doelmatige voorzorgsmaatregelen worden genomen. 6 Tegen het gevaar te worden getroffen door vallende of wegvliegende voorwerpen moeten doelmatige voorzorgsmaatregelen worden genomen.