BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 14
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 Bij een onderneming, waartoe een of meer mijn- of boorwerken behoren of die mijnbouwkundige onderzoekingen verricht, moeten op doelmatige plaatsen de volgende bescheiden aanwezig zijn: a. een mijnboek, waarin de bij en krachtens artikel 325, eerste lid, aangewezen ambtenaren aantekening houden van hun bezoeken, alsmede van de opmerkingen, waartoe het bij die bezoeken geconstateerde aanleiding heeft gegeven; b. een personenregister, waarin omtrent degenen, die op of in een mijnwerk, op een boorwerk of bij een mijnbouwkundige onderzoeking te werk zijn gesteld, worden vermeld: 1°. naam, voorletters, nationaliteit, nummer van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en geboortedatum; 2°. functie, datum van aankomst op en datum van vertrek van het mijnwerk, het boorwerk of de mijnbouwkundige onderzoeking; 3°. bezit van bewijs van geneeskundig onderzoek alsmede de vervaldatum hiervan; 4°. bezit van bij of krachtens dit reglement gevorderde opleidings- en trainingsbewijzen alsmede de vervaldata hiervan; 5°. datum en tijdstip van de laatste wijziging van het register. c. bescheiden, waarin omtrent de onder b bedoelde personen is vermeld: 1°. voor zover zij in de ondergrondse werken werkzaam zijn: op welke plaats of plaatsen zij zijn tewerkgesteld en welke soort werkzaamheden zij verrichten; 2°. voor zover zij niet in de ondergrondse werken werkzaam zijn: bij welke afdeling of dienst of bij welk bureau zij zijn tewerkgesteld en welke werkzaamheden zij verrichten, tenzij een en ander reeds uit de omschrijving van de ingevolge b , onder 2°, vermelde functie blijkt. 2 Onze Minister kan met betrekking tot door hem aangewezen personen of groepen van personen, die op of in een mijnwerk, op een boorwerk of bij mijnbouwkundige onderzoekingen zijn tewerkgesteld, doch niet in dienst van de betrokken mijnonderneming zijn, van het in het eerste lid onder b en c bepaalde ontheffing verlenen.