BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 114
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 Elektrische installaties en onderdelen daarvan moeten zodanig worden ingericht en aangelegd en elektrische machines, transformatoren, schakel- en verdeelinrichtingen, zomede elektrische toestellen en elektrische leidingen en bijbehoren van deze leidingen moeten zodanig worden geconstrueerd, samengesteld, beveiligd en beschermd, dat zoveel mogelijk wordt voorkomen, dat bij gebruik of bediening, alsmede bij herstellings-, onderhouds-, onderzoekings-, meet- of controlewerkzaamheden gevaar, met inbegrip van gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van arbeiders, optreedt. 2 Bij het aanleggen, uitbreiden, wijzigen, herstellen, onderhouden, onderzoeken, meten en controleren van elektrische installaties of onderdelen daarvan moeten de nodige voorzieningen worden getroffen om zoveel mogelijk te voorkomen, dat gevaar voor het ontstaan van brand of ontploffing of voor verwonding van personen optreedt, of dat een gevaarlijke stroomovergang op personen plaats heeft. 3 Wanneer de apparatuur zich bevindt in een zone waar brand- of explosiegevaar als gevolg van de ontbranding van gassen, dampen of vluchtige vloeistoffen bestaat of kan bestaan, moet zij zijn aangepast aan het gebruik in een dergelijke zone. Indien nodig moet zij worden voorzien van afdoende beschermingsmiddelen en systemen ter beveiliging bij defecten. 4 De elektrotechnische apparatuur en installaties moeten voldoende kracht en vermogen hebben voor het gebruik waarvoor zij zijn bestemd. 5 Er moet een doelmatig plan worden opgesteld voor het systematisch inspecteren, het onderhouden en, in voorkomend geval, het beproeven van de apparatuur en installaties. Onderhoud, inspectie en beproeving van enig onderdeel van de apparatuur en installaties moet door een daartoe aangewezen deskundig persoon worden uitgevoerd. Er moeten doelmatige inspectie- en beproevingsrapporten worden opgesteld en naar behoren worden bijgehouden. 6 Onze Minister kan ter bevordering van een goede uitvoering van het in de voorgaande leden bepaalde nadere regelen stellen.