BWBR0002474
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 107
Mijnreglement 1964
... [Regeling vervallen per 01-01-2003] 1 Werktuigen en drijfwerken moeten zodanig zijn ingericht, opgesteld en beschut en zodanig worden gebruikt, dat het gevaar, hetwelk zij kunnen opleveren, zoveel mogelijk wordt voorkomen. 2 Werktuigen, waarvan de onderdelen door snijden, knellen of pletten, door hun grote snelheid of op andere wijze gevaar kunnen opleveren, of bij het gebruik waarvan gevaar bestaat voor het afvliegen van vonken, splinters, schilfers of dergelijke kleine delen, moeten zijn voorzien van zodanige toestellen of beschuttingen, dat gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen. Zo nodig moeten doelmatige hulp- en beschuttingsmiddelen beschikbaar zijn, welke bij het verrichten van werkzaamheden, waarvoor deze middelen bestemd zijn, op doelmatige wijze moeten worden gebruikt. 3 De gevaar veroorzakende delen van een werkstuk, dat ter bewerking door een werktuig in beweging wordt gehouden, moeten zo nodig en zo mogelijk doelmatig zijn beschut. 4 Ter verzekering van het veilig tornen en op gang brengen en het onverwijld en met zekerheid stilzetten van werktuigen en drijfwerken en ter voorkoming van overschrijding van veilige snelheden daarvan, moeten zo nodig doelmatige inrichtingen zijn aangebracht en worden gebruikt, waarschuwingstekens of -seinen worden gegeven en alle verder nodige maatregelen worden genomen om gevaar zoveel mogelijk te voorkomen. 5 Indien het verrichten van werkzaamheden aan of in de nabijheid van een in beweging zijnd deel van een werktuig of drijfwerk gevaar kan opleveren, moeten zij bij stilstand daarvan worden verricht. In geval de aard van het bedrijf dit niet toelaat, mogen de werkzaamheden slechts worden verricht met gebruikmaking van zodanige hulpmiddelen en onder toepassing van zodanige veiligheidsmaatregelen, dat het gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen.