1. De burgemeester geeft de nodige aanwijzingen of neemt de nodige maatregelen met betrekking tot de verdelging en wering van knaagdieren in haveninrichtingen.
2. Aanwijzingen of maatregelen, strekkende tot het ontoegankelijk maken van haveninrichtingen voor ratten door middel van afbraak of verbouwing, worden door de burgemeester slechts gegeven of genomen, nadat hij daaromtrent advies van de inspecteur heeft ingewonnen.
3. Van de beslissing van de burgemeester wordt binnen vierentwintig uren schriftelijk of telegrafisch mededeling gedaan aan de inspecteur en de eigenaar en de exploitant van de haveninrichting.
4. Van een beslissing van de burgemeester, houdende een aanwijzing of een maatregel, als bedoeld in het eerste lid, kunnen de inspecteur en de eigenaar en de exploitant van de haveninrichting binnen achtenveertig uren, nadat deze beslissing te hunner kennis is gebracht, bij Onze Minister beroep instellen. De beslissing van de burgemeester treedt niet in werking binnen de genoemde termijn van achtenveertig uren, dan wel, indien beroep is ingesteld, voordat daarop is beslist.
5. Indien de burgemeester in gebreke blijft de noodzakelijke aanwijzingen te geven of de noodzakelijke maatregelen te nemen, is Onze Minister op voorstel van de inspecteur bevoegd zodanige aanwijzing te geven of zodanige maatregel te nemen. Alvorens te beslissen stelt de Minister de eigenaar en de exploitant van de haveninrichting in de gelegenheid hun gevoelen te doen kennen.
6. De
hoofdstukken 6en
7 van de Algemene wet bestuursrechtzijn niet van toepassing.