Artikel 1
1. De raden en de plaatsvervangende raden in de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem en de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamer van ieder kantongerecht worden benoemd tot eerste raad en tweede raad, en tot plaatsvervangers van de eerste raad en van de tweede raad, onderscheidenlijk tot eerste lid en tweede lid, en tot plaatsvervangers van het eerste en van het tweede lid.
2. De bepaling van het vorige lid heeft geen betrekking op de rang van benoeming.
2. De bepaling van het vorige lid heeft geen betrekking op de rang van benoeming.