1. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin wordt uitgeoefend de groothandel of het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon in verse groenten en vers fruit, al dan niet tezamen met
a. de groothandel of het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon in binnenslands verduurzaamde groenten, binnenslands verduurzaamd fruit, vijgen of dadels, of
b. het bedrijf van het sorteren van verse groenten en vers fruit.
2. Dit besluit verstaat onder:
groothandel:het bedrijf van het kopen van producten en het verkopen daarvan aan wederverkopers of - tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren - aan instellingen of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden;
het bedrijf van tussenpersoon:het bedrijf van het op naam van anderen sluiten van koop- en verkoopovereenkomsten, of van het, anders dan door het houden van veilingen, bemiddelen bij het tot stand komen van koop- en verkoopovereenkomsten;
wet:de
Wet op de Bedrijfsorganisatie(
Stb.1950, K 22, sedert gewijzigd).
3. Dit besluit verstaat onder
verse groentenmede groen geoogste landbouwpeulvruchten, uien en eetbare zwammen.
4. Voor de toepassing van dit besluit worden zuurkool, gezouten bonen en gezouten andijvie niet onder
binnenslands verduurzaamde groentendoch onder
verse groentenbegrepen.
5. Dit besluit verstaat onder
groothandelniet de aanvoer-, transito- en driehoekshandel en onder
het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoonniet het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon op het terrein van laatstbedoelde vormen van handel.