1. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin de vleeswaren- en vleesconservenindustrie of de baconindustrie wordt uitgeoefend.
2. Dit besluit verstaat onder:
a. vleeswaren- en vleesconservenindustrie: het bedrijf van het verduurzamen of het, al dan niet onder vermenging met andere stoffen, toebereiden van vlees, een en ander al dan niet tezamen met het slachten van vee en het verkopen van daarbij verkregen vers vlees of met het toebereiden van uit vee verkregen vet;
b. baconindustrie: het bedrijf van het bereiden van bacon, al dan niet tezamen met het slachten van vee en het verkopen van daarbij verkregen vers vlees of met het toebereiden van uit vee verkregen vet;
c. verduurzamen: verduurzamen anders dan uitsluitend door afkoelen of zouten;
d. vlees: delen van vee, welke, al dan niet na toebereiding, tot menselijk voedsel kunnen dienen, met uitzondering van vet;
e. vee: runderen, varkens, schapen, geiten en eenhoevige dieren;
f. wet: de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22, sedert gewijzigd).
3. Dit besluit verstaat onder uitoefening van de vleeswaren- en vleesconservenindustrie en van de baconindustrie niet het verrichten van de in het tweede lid, onder aen b, genoemde handelingen als bijkomende werkzaamheid naast het geschikt maken van vers vlees voor aflevering aan particulieren en het verkopen van aldus in eigen onderneming behandeld vlees aan particulieren.
4. Dit besluit verstaat onder uitoefening van de vleeswaren- en vleesconservenindustrie voorts niet het vervaardigen van droge soepen, aroma's en pharmaceutische producten.