1. Onverminderd artikel 3wordt voor de berekening van het loon, waarover de premies op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de
Werkloosheidsweten de
Ziekenfondswetworden geheven, het rentevoordeel terzake van een door de werkgever dan wel een met de werkgever verbonden vennootschap aan de werknemer verstrekte geldlening, voorzover de rente die terzake van de geldlening in het economische verkeer verschuldigd zou zijn hoger is dan 4,4% per jaar, op nihil gesteld.
2. Voor de berekening van het loon, waarover de premies op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de
Werkloosheidsweten de
Ziekenfondswetworden geheven, wordt, in zoverre in afwijking van het eerste lid, het rentevoordeel terzake van een door de werkgever dan wel door een met de werkgever verbonden vennootschap aan de werknemer verstrekte geldlening, voorzover de werknemer het geleende bedrag op een dusdanige wijze aanwendt dat een in de plaats van de lening voor de desbetreffende aanwending gekomen vergoeding of verstrekking hetzij geheel of nagenoeg geheel op nihil zou zijn gesteld hetzij op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel y of onderdeel z, van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen niet tot het loon zou hebben behoord, op nihil gesteld.