Artikel 1
1. Te rekenen van de inwerkingtreding van deze wet is uitsluitend de ambtenaar van de burgerlijke stand te 's-Gravenhage buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand in de zin van het besluit van 26 Maart 1942, Stb.C 20. Hij bewaart de buitengewone registers van de burgerlijke stand, bedoeld in artikel 1van genoemd besluit, alsmede het buitengewone register van echtscheidingen bedoeld in artikel 3 van het besluit van 28 Maart 1945, Stb.F 30.
2. Op de verrichtingen van de buitengewone ambtenaar van de burgerlijke stand met betrekking tot de buitengewone registers is de wet van 23 April 1879, Stb.72, zoals deze is gewijzigd, van toepassing. De rechten krachtens artikel 2 van die wet geheven, komen ten bate van de kas der gemeente 's-Gravenhage.
3. Onze Minister van Justitie treft nadere voorzieningen ten aanzien van de dubbelen der buitengewone registers.
2. Op de verrichtingen van de buitengewone ambtenaar van de burgerlijke stand met betrekking tot de buitengewone registers is de wet van 23 April 1879, Stb.72, zoals deze is gewijzigd, van toepassing. De rechten krachtens artikel 2 van die wet geheven, komen ten bate van de kas der gemeente 's-Gravenhage.
3. Onze Minister van Justitie treft nadere voorzieningen ten aanzien van de dubbelen der buitengewone registers.