Artikel 1
In deze beschikking wordt verstaan onder:
„de Minister”: de Minister van Oorlog of de Minister van Marine, al naargelang het betreft een onderzoek van gewetensbezwaren tegen immunisatie van een militair van de landmacht dan wel van de zeemacht;
„gewetensbezwaren”: gewetensbezwaren, als bedoeld in artikel 5 van de Wet immunisatie militairen.
„de Minister”: de Minister van Oorlog of de Minister van Marine, al naargelang het betreft een onderzoek van gewetensbezwaren tegen immunisatie van een militair van de landmacht dan wel van de zeemacht;
„gewetensbezwaren”: gewetensbezwaren, als bedoeld in artikel 5 van de Wet immunisatie militairen.