Artikel 1
1. In deze wet wordt verstaan onder:
"Minister": Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening;
2. Voorts verstaat deze wet onder:
"knaagdieren": alle dieren, welke vóór in onder- en bovenkaak twee snijtanden hebben.
"Minister": Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening;
2. Voorts verstaat deze wet onder:
"knaagdieren": alle dieren, welke vóór in onder- en bovenkaak twee snijtanden hebben.