Artikel 1
Het kortingspercentage, bedoeld in artikel 6, tweede lid van bovenaangehaalde wet, bedraagt ten aanzien van de aldaar bedoelde personen, voor wie rangspensioenreglementen gelden:
A. voor zover zij een wachtgeld genieten: onderscheidenlijk 55, 40 en 25%, voor zolang hun een wachtgeld toekomt van onderscheidenlijk 80, 60 en 40% van de voor de berekening van dat wachtgeld vastgestelde maandelijkse bezoldiging;
B. voor zover zij een pensioen genieten: onderscheidenlijk 18 en 6%, indien dat pensioen is verleend op grond van onderscheidenlijk het Europees militair pensioenreglement en het niet-Europees militair pensioenreglement.
A. voor zover zij een wachtgeld genieten: onderscheidenlijk 55, 40 en 25%, voor zolang hun een wachtgeld toekomt van onderscheidenlijk 80, 60 en 40% van de voor de berekening van dat wachtgeld vastgestelde maandelijkse bezoldiging;
B. voor zover zij een pensioen genieten: onderscheidenlijk 18 en 6%, indien dat pensioen is verleend op grond van onderscheidenlijk het Europees militair pensioenreglement en het niet-Europees militair pensioenreglement.