Artikel 1
1. Aan personen, aangesteld of op arbeidsovereenkomst werkzaam in openbaren dienst hier te lande, wordt, behoudens in zeer bijzondere gevallen ter beoordeeling van het tot ontslag bevoegde gezag, bij het bereiken van den vollen ouderdom van 65 jaar door het bevoegd gezag ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand.
2. Tot den openbaren dienst behooren alle diensten en bedrijven door den Staat en de openbare lichamen beheerd.
3. Het ontslag wordt aan personen, die op den dag van de inwerkingtreding van dit besluit den ouderdom van 65 jaar hebben bereikt, verleend met ingang van 1 Januari 1946.
2. Tot den openbaren dienst behooren alle diensten en bedrijven door den Staat en de openbare lichamen beheerd.
3. Het ontslag wordt aan personen, die op den dag van de inwerkingtreding van dit besluit den ouderdom van 65 jaar hebben bereikt, verleend met ingang van 1 Januari 1946.