BWBR0002007
Artikel 4
Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven
1 Tot de bedieningen, in artikel 2 genoemd, zijn benoembaar Nederlandsche onderdanen, die den vollen ouderdom van dertig
of, voor zoover de substituut-griffiers betreft, van vijf en twintig, doch nog niet
dien van zeventig jaren hebben bereikt; bij het bereiken van den vollen ouderdom van
zeventig jaren wordt hun door Ons ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende
maand.
2 Met uitzondering van de militaire raadsheeren en raadsheeren-plaatsvervangers moeten
zij aan eene Rijks- of daarmede gelijkgestelde Nederlandsche universiteit hebben verkregen
hetzij den graad van doctor in de rechtswetenschap, hetzij den graad van doctor in
de rechtsgeleerdheid of de hoedanigheid van meester in de rechten, mits de laatstbedoelde
graad of hoedanigheid verkregen is op grond van het afleggen van een examen in het
Nederlandsch burgerlijk en handelsrecht, staatsrecht en strafrecht. Zij kunnen tevens
een ander ambt bij de rechterlijke macht bekleeden of, voor zoover dit de vervulling
hunner dienstplichten niet belet, eenig ander ambt of beroep uitoefenen.
3 De militaire raadsheeren en raadsheeren-plaatsvervangers moeten zijn officieren der
zee- of landmacht, behoorende hetzij tot het beroeps-, hetzij tot het reserve-personeel,
onverschillig of zij al dan niet in actieven dienst zijn. Zij zullen bij voorkeur
worden benoemd uit vlag-, opper- en hoofdofficieren en bij voorkeur een graad of hoedanigheid
bezitten, als in het voorgaande lid bedoeld. Bij ieder Bijzonder Gerechtshof zal zooveel
mogelijk het aantal raadsheeren, behoorende tot de zeemacht, gelijk zijn aan dat der
raadsheeren, behoorende tot de landmacht.
of, voor zoover de substituut-griffiers betreft, van vijf en twintig, doch nog niet
dien van zeventig jaren hebben bereikt; bij het bereiken van den vollen ouderdom van
zeventig jaren wordt hun door Ons ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende
maand.
2 Met uitzondering van de militaire raadsheeren en raadsheeren-plaatsvervangers moeten
zij aan eene Rijks- of daarmede gelijkgestelde Nederlandsche universiteit hebben verkregen
hetzij den graad van doctor in de rechtswetenschap, hetzij den graad van doctor in
de rechtsgeleerdheid of de hoedanigheid van meester in de rechten, mits de laatstbedoelde
graad of hoedanigheid verkregen is op grond van het afleggen van een examen in het
Nederlandsch burgerlijk en handelsrecht, staatsrecht en strafrecht. Zij kunnen tevens
een ander ambt bij de rechterlijke macht bekleeden of, voor zoover dit de vervulling
hunner dienstplichten niet belet, eenig ander ambt of beroep uitoefenen.
3 De militaire raadsheeren en raadsheeren-plaatsvervangers moeten zijn officieren der
zee- of landmacht, behoorende hetzij tot het beroeps-, hetzij tot het reserve-personeel,
onverschillig of zij al dan niet in actieven dienst zijn. Zij zullen bij voorkeur
worden benoemd uit vlag-, opper- en hoofdofficieren en bij voorkeur een graad of hoedanigheid
bezitten, als in het voorgaande lid bedoeld. Bij ieder Bijzonder Gerechtshof zal zooveel
mogelijk het aantal raadsheeren, behoorende tot de zeemacht, gelijk zijn aan dat der
raadsheeren, behoorende tot de landmacht.