BWBR0002007
Artikel 16
Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven
1 De Bijzondere Raad van Cassatie vernietigt de sententiën der Bijzondere Gerechtshoven
op de gronden, genoemd in artikel 77 van de Wet op de rechterlijke organisatie, met dien verstande, dat:
1°. met verkeerde toepassing der wet ten deze wordt gelijkgesteld de oplegging van een
straf of maatregel, welke niet geacht kan worden te beantwoorden aan den ernst van
het misdrijf, de omstandigheden, waaronder het is begaan, of den persoon of de persoonlijke
omstandigheden van den veroordeelde;
2°. verzuim der vormen, op straffe van nietigheid voorgeschreven, geen grond tot vernietiging
behoeft te geven, indien redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de verdachte
door het verzuim in zijn belangen niet is geschaad.
2 Het bepaalde in de artikelen 78, vijfde en zesde lid, en 83 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de artikelen 420 tot en met 424 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de artikelen 440 en 456, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de Bijzondere Raad van
Cassatie, indien een sententie wordt vernietigd ter zake van verzuim in de vormen,
die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven, de zaak ook kan verwijzen aan het
Bijzondere Gerechtshof, dat de sententie gewezen heeft.
op de gronden, genoemd in artikel 77 van de Wet op de rechterlijke organisatie, met dien verstande, dat:
1°. met verkeerde toepassing der wet ten deze wordt gelijkgesteld de oplegging van een
straf of maatregel, welke niet geacht kan worden te beantwoorden aan den ernst van
het misdrijf, de omstandigheden, waaronder het is begaan, of den persoon of de persoonlijke
omstandigheden van den veroordeelde;
2°. verzuim der vormen, op straffe van nietigheid voorgeschreven, geen grond tot vernietiging
behoeft te geven, indien redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de verdachte
door het verzuim in zijn belangen niet is geschaad.
2 Het bepaalde in de artikelen 78, vijfde en zesde lid, en 83 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de artikelen 420 tot en met 424 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de artikelen 440 en 456, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de Bijzondere Raad van
Cassatie, indien een sententie wordt vernietigd ter zake van verzuim in de vormen,
die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven, de zaak ook kan verwijzen aan het
Bijzondere Gerechtshof, dat de sententie gewezen heeft.