BWBR0001947
Geldig vanaf 2002-03-07
Artikel 125
Ambtenarenwet
Artikel 125 1 Voor zover deze onderwerpen niet reeds bij of krachtens de wet zijn geregeld, worden voor de ambtenaren, door of vanwege het rijk aangesteld, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld betreffende: a. aanstelling, schorsing en ontslag; b. het onderzoek naar de geschiktheid en de bekwaamheid; c. bezoldiging en wachtgeld; d. diensttijden; e. verlof en vakantie; f. voorzieningen in verband met ziekte; g. bescherming bij de arbeid; h. woon-, verblijfs- en bereikbaarheidsverplichtingen; i. medezeggenschap; j. de melding en de registratie van nevenwerkzaamheden die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken; k. het verbieden van nevenwerkzaamheden waardoor de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd; l. overige rechten en verplichtingen; m. disciplinaire straffen; n. de instelling en werkwijze van commissies waaraan de beslissing met uitsluiting van administratieve organen is opgedragen, voor zover deze worden mogelijk gemaakt; o. de wijze, waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren, alsmede de gevallen waarin overeenstemming in dat overleg dient te worden bereikt. 2 Onder gelijk voorbehoud stelt het bevoegd gezag der provinciën, gemeenten, waterschappen, veenschappen en veenpolders voor de ambtenaren, door of vanwege deze lichamen aangesteld, voorschriften vast omtrent de onderwerpen in het eerste lid genoemd. Als ambtenaar aangesteld door of vanwege een waterschap, veenschap of veenpolder, wordt aangemerkt hij, die is aangesteld door het in het reglement dier instelling daartoe aangewezen gezag, teneinde in dienst van het waterschap, het veenschap of den veenpolder werkzaam te zijn. 3 Alle bestaande en vast te stellen voorschriften, afkomstig van het bevoegd gezag der provinciën, gemeenten, waterschappen, veenschappen en veenpolders, houdende regeling van onderwerpen in het eerste lid genoemd, waaronder begrepen die, tot welker vaststelling de bevoegdheid wordt ontleend aan bijzondere wetten, worden geacht ter uitvoering van dit artikel te zijn gegeven. 1997 224 12-06-1997 21-05-1997 24575 1997 224 12-06-1997 21-05-1997 24575 13-06-1997