BWBR0001898
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 74
Tramwegreglement
Diensttijden ... [Regeling vervallen per 01-12-2015] 1 Een diensttijd mag twee malen in een tijdvak van twee (2) achtereenvolgende weken meer dan twaalf (12) doch niet meer dan veertien (14) uren bedragen en de overige malen niet meer dan twaalf (12) uren. 2 De gezamenlijke duur van diensttijden en gedeelten van diensttijden mag per twee (2) achtereenvolgende weken niet meer bedragen dan: a. voor machinisten en wagenvoerders honderd veertien (114) uren; b. voor niet onder a vallende treinbeambten honderd twintig (120) uren; c. voor beambten, die naar het oordeel van de Minister uitsluitend of in hoofdzaak belast zijn met bewakingsdiensten honderd vier en veertig (144) uren; d. voor beambten, werkzaam in werkplaatsen, hieronder begrepen die, welke zijn belast met dagelijksch onderhoud van rollend materieel, zoo in als buiten die werkplaatsen, honderd (100) uren; e. voor beambten, werkzaam in remises, hieronder begrepen poetsers van rijtuigen, zoo in als buiten die remises, honderd twintig (120) uren; f. voor het overig personeel honderd acht en twintig (128) uren. 3 Met betrekking tot het afwisselend verrichten van werkzaamheden, waarvoor verschillende maximum-diensttijden zijn vastgesteld, geldt het volgende: a. wanneer in den loop van twee (2) achtereenvolgende weken diensten worden verricht, waarvoor verschillende maximum-diensttijden zijn vastgesteld, zal het voor den betrokkene in den regel geldend maximum per twee (2) achtereenvolgende weken worden verhoogd of verlaagd met zooveel maal het verschil tusschen de maxima der desbetreffende gemiddelde diensttijden per dag, als het aantal dagen bedraagt, dat door hem volledig dienst wordt gedaan voor het verrichten van werkzaamheden, waarvoor een hooger of lager maximum in twee (2) achtereenvolgende weken is vastgesteld; b. onder maximum van den gemiddelden diensttijd wordt verstaan het cijfer, dat verkregen wordt door het maximum, voor twee (2) achtereenvolgende weken vastgesteld, door twaalf (12) te deelen; c. worden in één diensttijd werkzaamheden verricht, waarvoor verschillende maximum-diensttijden zijn vastgesteld, dan wordt dat maximum toegepast, hetwelk van toepassing is op die werkzaamheden, die meer dan den halven diensttijd in beslag nemen. Ingeval geene der verschillende werkzaamheden meer dan den halven diensttijd beslaan, gelden de bepalingen, waaronder de betrokkene in den regel werkzaam is. 4 Voor de door den Minister aan te wijzen beambten mag intusschen de diensttijd en de gezamenlijke duur van de diensttijden of gedeelten van diensttijden per twee (2) achtereenvolgende weken niet meer bedragen dan een door den Minister te bepalen aantal uren, hetwelk lager - doch ten hoogste vier (4) uren voorzooveel betreft den diensttijd en ten hoogste achttien (18) uren voorzooveel betreft den gezamenlijken duur per twee (2) weken - is dan voor die beambten ingevolge het eerste en het tweede lid zou gelden.