BWBR0001898
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 73
Tramwegreglement
Verklaring van in deze afdeeling gebezigde uitdrukkingen ... [Regeling vervallen per 01-12-2015] In deze afdeeling wordt verstaan: A. onder "beambten" alle personen, die bij eene tramwegonderneming in dienst zijn, met uitzondering van de personen, op wier arbeid van toepassing zijn de hoofdstukken IV en V der "Arbeidswet 1919" en van hen, te wier aanzien de Minister verklaart, dat aan toepasselijkheid van deze afdeeling geen behoefte bestaat; B. onder "diensttijd" de tijdruimte, gelegen tusschen twee onafgebroken rusttijden en (of) rustdagen, als genoemd in de artikelen 75 en 76 , na aftrek van de daarin gelegen rusttijden. Deze aftrek wordt niet toegelaten: voor rusttijden van minder dan een half uur; voor rusttijden, gelegen tusschen negen uur namiddag en negen uur voormiddag; voor rusttijden, welke niet op dienstrooster aangegeven, bij algemeene aanschrijving geregeld of op andere wijze vóór den aanvang van de dienstindeeling vastgesteld zijn; voor rusttijden van ander dan onderhoudspersoneel, welke niet op de standplaats genoten kunnen worden; C. onder "rusttijd" of "rustdag" de tijdruimte, waarin de beambte geheel vrij is van elke bemoeienis met den tramweg; D. onder "week" de kalenderweek; E. onder "standplaats" de plaats of plaatsen, waar zich bevindt het kantoor, de werkplaats, het station, de halte of de post, het baanvak of het locomotiefdepot, waarbij het personeel is ingedeeld; F. onder "jeugdige personen" beambten beneden 18 jaar.