BWBR0001898
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 56
Tramwegreglement
Snelheid ... [Regeling vervallen per 01-12-2015] 1 De Minister stelt voor elken tramweg de grootste toegelaten snelheid van vervoer vast. De snelheid, waarmede de treinen worden vervoerd, mag de grootste toegelaten snelheid niet overschrijden. 2 Ten aanzien van die baangedeelten, waar de Minister zulks in het belang van het veilig verkeer over den tramweg, gedeputeerde staten van de betrokken provincie en bestuurders gehoord, bepaalt, moet: a. eene beneden de in het eerste lid bedoelde grens liggende, en door hem te bepalen maximum-snelheid in acht worden genomen; b. elke trein op de daarbij door hem bepaalde punten van dat baangedeelte tot stilstand worden gebracht en niet weder in beweging worden gebracht, vóórdat een beambte van den tramwegdienst zich heeft overtuigd, dat het aangrenzende baangedeelte veilig berijdbaar is; c. een beambte van den tramwegdienst gedurende het berijden van dat baangedeelte vóór den trein uitgaan; d. een beambte van den tramwegdienst gedurende het berijden van dat baangedeelte het publiek met behulp van door de Minister aan te wijzen seinmiddelen op de komst van den trein opmerkzaam maken.