BWBR0001898
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 53
Tramwegreglement
Plaatsing van de trekvoertuigen in de treinen; plaats van den wagenvoerder ... [Regeling vervallen per 01-12-2015] 1 Het trekvoertuig wordt steeds aan het hoofd van den trein geplaatst; bij electrische trekkracht moet de wagenvoerder den trein van het voorste balcon van het voorste voertuig af of van eene daarmede gelijk te stellen plaats besturen. 2 Wanneer de snelheid niet grooter is dan tien K. M. per uur en het in de richting der beweging zich bevindende voorste voertuig aan de voorzijde goed wordt bewaakt, is het duwen van treinen toegelaten en mag bij electrische trekkracht de wagenvoerder den trein van eene andere plaats, dan in het eerste lid is voorgeschreven, besturen. 3 Meer dan twee trekvoertuigen mogen zich niet in een trein bevinden. Zij vormen steeds de eerste twee voertuigen. De machinist of wagenvoerder van het voorste trekvoertuig geeft de noodige seinen. 4 De Minister kan bij electrische trekkracht, bij trekkracht van een verbrandingsmotor en in bijzondere gevallen ook bij stoom als trekkracht ontheffing van het bepaalde in de eerste drie leden verleenen.