BWBR0001898
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 34
Tramwegreglement
Beproeving van de electrische inrichtingen ... [Regeling vervallen per 01-12-2015] De beproeving van de electrische inrichtingen van trekvoertuigen, welke middellijk of onmiddellijk door electrische drijfkracht bewogen worden, omvat: 1°. eene beproeving van den isolatieweerstand der geleidingen en electrische motoren, schakelings-, regelings-, bedienings-, beveiligings- en verlichtingstoestellen. 2°. eene beproeving van de automatische hoofdstroomuitschakelaars. De beproeving onder 1°. geschiedt met eene spanning ten minste gelijk aan de bedrijfsspanning gedurende vijf minuten tot en met eene bedrijfsspanning van 750 volt. Boven eene bedrijfspanning van 750 volt geschiedt de beproeving met wisselstroom gedurende vijf minuten en wel bij indienststelling met eene spanning gelijk aan het drievoud der bedrijfsspanning en bij latere beproevingen met eene spanning gelijk aan het anderhalfvoud der bedrijfsspanning een en ander met uitzondering van de op het trekvoertuig aanwezige laagspanningstoestellen en leidingen, die beproefd worden met de in het bedrijf in deze toestellen en leidingen optredende maximum-spanning. Bij de beproeving onder 2°. genoemd wordt nagegaan, of de automatische hoofdstroomuitschakelaar op de juiste stroombelasting in werking treedt. De proefspanningen en de proefstroombelastingen hierboven bedoeld worden gemeten met nauwkeurigheids-, volt- of ampèremeters, welke op geregelde tijden worden geijkt. De uitkomsten van eene beproeving zijn onvoldoende, indien bij de beproeving blijkt van eenigen stroomovergang op daarvoor niet bestemde deelen, de isolatie op eenige plaats is doorgeslagen, de automatische hoofdstroomuitschakelaar niet op de juiste stroombelasting in werking treedt of na het in werking treden de onderbrekingsvlamboog blijft bestaan of zoo andere gebreken aan den dag zijn gekomen.