BWBR0001898
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 21
Tramwegreglement
Veiligheidskleppen ... [Regeling vervallen per 01-12-2015] 1 De in artikel 20, eerste lid, letter , bedoelde veiligheidskleppen moeten zoodanig ingericht en op den ketel of den stoomhouder geplaatst worden, dat zij, wanneer de ketel in werking is, gemakkelijk onderzocht en gedurende den rit ontlast kunnen worden. f 2 Aantal, afmetingen, vorm en belasting der veiligheidskleppen worden met inachtneming van de overige bepalingen in dit artikel zoodanig gekozen, dat in den ketel geene stoomdrukking kan ontstaan, welke de toe te laten grootste drukking, bedoeld in artikel 23, tweede lid, letter , met meer dan 5% daarvan overschrijdt. g 3 Behoudens het bepaalde in het vijfde lid is de middellijn van de in het eerste lid bedoelde kleppen niet kleiner te nemen dan die, berekend met de formule: In deze formule is: d. de klepmiddellijn in millimeters; p. de grootste toe te laten overdruk van den stoom in kilogrammen per vierkanten centimeter; R. het roosteroppervlak in vierkante meters. 4 Heeft een ketel meer dan twee veiligheidskleppen, dan moet de som van de oppervlakten der klepopeningen ten minste gelijk zijn aan de som van de oppervlakten, die de openingen zouden moeten hebben, indien de ketel van slechts twee kleppen ware voorzien. 5 De middellijn van elke klepopening mag niet kleiner zijn dan dertig millimeter. 6 De veiligheidskleppen moeten met vlakke randen op hare zittingen sluiten; de breedte van het draagvlak mag ten hoogste het twintigste gedeelte van de middellijn der opening bedragen, doch mag in geen geval grooter zijn dan drie millimeter. Voor de toepassing van veiligheidskleppen van bijzondere constructie, waarvan de kleppen met schuine randen op hare zittingen sluiten, kan door de Minister vergunning worden verleend. 7 De kleppen moeten middellijk of onmiddellijk door veeren worden belast; deze zijn zoodanig te maken, dat de klep, alvorens de druk in den ketel den grootsten toegelaten druk met een kilogram per vierkanten centimeter overschrijdt, ten minste twee millimeter wordt gelicht. De kleppen moeten ten minste drie millimeter gelicht kunnen worden en geborgd zijn tegen het wegslingeren voor het geval, dat een veer mocht breken.