BWBR0001898
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 18
Tramwegreglement
Akte van vergunning. Voorloopige vergunning ... [Regeling vervallen per 01-12-2015] 1 Wanneer het onderzoek van een trekvoertuig bevredigende uitkomsten heeft opgeleverd en overigens voldaan is aan de bepalingen van dit reglement (voor trekvoertuigen, door stoomkracht bewogen, met name aan de artikelen 23 en 25 ; voor trekvoertuigen, door andere drijfkracht dan stoom bewogen, met name aan de artikelen 32 en 34 ), dan wordt door de Minister eene akte van vergunning uitgereikt. 2 In afwachting van de uitreiking van deze akte kan de met het onderzoek belaste rijksambtenaar eene voorloopige schriftelijke vergunning tot indienststelling geven. Deze vergunning vervalt, indien zij niet binnen een door genoemden ambtenaar bepaalden termijn door uitreiking van de akte van vergunning is gevolgd. 3 In de akte van vergunning worden vermeld: a. de naam van den tramwegdienst, die het trekvoertuig in gebruik neemt; b. het volgnummer en de korte omschrijving van het trekvoertuig; c. de datum, waarop het onderzoek heeft plaats gehad; d. de afwijkingen van dit reglement, die zijn toegestaan of gevorderd volgens artikel 47 . 4 Indien het trekvoertuig door stoomkracht wordt bewogen, houdt de akte van vergunning bovendien in: a. den vorm en de afmetingen van den ketel en de grootte van het verwarmd oppervlak; b. het aantal van de veiligheidstoestellen en hunne voornaamste afmetingen; c. de grootste toegelaten werkelijke stoomdrukking in kilogrammen per vierkanten centimeter; d. de gegevens, vermeld in het zesde lid onder III j tot en met l. 5 Indien het trekvoertuig door een verbrandingsmotor wordt gedreven, houdt de akte van vergunning bovendien in de gegevens, vermeld in het zesde lid onder II 1°. a tot en met h, en onder III j tot en met l, alsmede eene omschrijving van het stelsel van overbrenging van de drijfkracht. 6 Indien het trekvoertuig middellijk of onmiddellijk door electriciteit wordt bewogen, houdt de akte van vergunning bovendien in: I. voor trekvoertuigen, welke eene accumulatorenbatterij voor drijfkracht medevoeren: a. den naam en de woonplaats van den fabrikant, het jaar van aanbouw en het type der accumulatorencellen; b. het totaal aantal cellen, waaruit de accumulatorenbatterij bestaat, benevens het aantal regelcellen; c. de normale ontlaadspanning en de minimum toegelaten ontlaadspanning der accumulatorenbatterij in volt; d. de maximum toegelaten laad- en ontlaadstroomen der accumulatorenbatterij in ampère; e. de capaciteit der accumulatorenbatterij in ampère-uren bij den in maximum toegelaten ontlaadstroom; f. de gegevens, vermeld onder III c tot en met l. II. Voor trekvoertuigen, welke een verbrandingsmotor gekoppeld met een electrischen generator voor drijfkracht medevoeren: 1°. voor zoover het den verbrandingsmotor met toebehooren betreft; a. den naam en de woonplaats van den fabrikant, benevens het jaar van aanbouw; b. eene omschrijving van het stelsel; c. eene opgave van de constructiehoofdmaten, bij cylindermotoren de cylindermiddellijn en de lengte van den zuigerslag; d. eene opgave van het aantal omwentelingen per minuut; e. eene opgave van het vermogen van den verbrandingsmotor in effectieve paardekrachten; f. eene omschrijving van het stelsel der koelinrichting (radiator) en eene opgave van het aantal vierkante meters koeloppervlak per paardekracht; g. een opgave van het stelsel van de brandstoftoevoer; h. eene opgave van den inhoud van het vat, waarin de vloeibare brandstof wordt medegevoerd en van de wijze, waarop dit vat wordt gevuld en afgetapt; i. eene omschrijving van de koppeling van den verbrandingsmotor aan den electrischen generator; 2°. voor zoover het den electrischen generator betreft: j. den naam en de woonplaats van den fabrikant, benevens het jaar van aanbouw; k. eene opgave van het aantal omwentelingen per minuut, van de normale bedrijfsspanning in volt en van het vermogen in kilowatt; l. eene opgave van de regel- en meetinrichtingen; m. de gegevens, vermeld onder III c tot en met l. III. Voor trekvoertuigen, welke drijfkracht ontleenen aan eene electrische boven- of ondergrondsche geleiding: a. het aantal en stelsel der stroomafnemers; b. het aantal en stelsel der spanningsveiligheden (bliksemafleiders); c. den naam en de woonplaats van den fabrikant, het type en aantal der aandrijvende electromotoren, benevens het jaar van aanbouw; d. de bedrijfsspanning in volt; e. de normale maximum-bedrijfsstroom in ampère; f. het uurvermogen der electromotoren in kilowatt; g. het stelsel van overbrenging van de motorassen op de drijfassen en de overbrengingsverhouding; h. het aantal en stelsel der wagenschakelaars, benevens eene opgave van de schakelingen, welke zij veroorloven tot stand te brengen; i. het aantal en stelsel der weerstanden, drijf- en stuurstroombeveiligingstoestellen en nooduitschakelaars; j. het aantal en stelsel der remmiddelen; k. het aantal en stelsel der zandsstrooiinrichtingen; l. het aantal en stelsel der geluidseinmiddelen. 7 De akte van vergunning moet te allen tijde ter inzage aanwezig zijn in een door een der rijksambtenaren, belast met het toezicht op de spoorwegen, aan te wijzen werkplaats of kantoor van de tramwegdienst, waaronder het trekvoertuig behoort.