BWBR0001898
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 13
Tramwegreglement
Brandstrooken. Gewijzigde toepasselijkverklaring van artikel 33a der wet van 9 April 1875 (Staatsblad n°. 67) ... [Regeling vervallen per 01-12-2015] 1 De Minister kan voor de niet op openbare wegen aangelegde gedeelten van tramwegen, die door of langs bosch-, veen-, of heidegronden of gronden met andere licht brandbare gewassen begroeid, aangelegd zijn, bepalen, dat en op welke van die gedeelten maatregelen genomen moeten worden, om bij het ontstaan van brand op het terrein van den tramweg het overslaan van den brand op de aangrenzende eigendommen te belemmeren. 2 Op die baangedeelten zorgen bestuurders, dat het terrein van den tramweg door het graven van slooten, door het omspitten of bedekken met onbrandbare stoffen van een doorgaande strook grond, of door eenig ander middel van de aangrenzende eigendommen zoodanig wordt afgescheiden, dat het bovengenoemde gevaar voor het overslaan van brand naar het oordeel van de Minister voldoende beperkt wordt.