BWBR0001854
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 248a
Wetboek van Strafrecht
1 Hij die door giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding een minderjarige, wiens minderjarigheid hij kent of redelijkerwijs moet vermoeden, opzettelijk beweegt ontuchtige handelingen met hem te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
2 Het tweede, derde en vierde lid van artikel 245 zijn van overeenkomstige toepassing. 1999 464 09-11-1999 28-10-1999 25437 2000 38 01-02-2000 18-01-2000 01-10-2000
2 Het tweede, derde en vierde lid van artikel 245 zijn van overeenkomstige toepassing. 1999 464 09-11-1999 28-10-1999 25437 2000 38 01-02-2000 18-01-2000 01-10-2000