BWBR0001837
Artikel 2
Besluit invoering nieuwe Nederlandsche Wetgeving
De Hooge Raad der Nederlanden zal worden ingesteld en bijeenkomen op Vrijdag den 1sten
Junij van dit loopende jaar, en zich in het tusschenvak zijner installatie tot op
het tijdstip voor de invoering der nieuwe Nederlandsche Wetgeving bij het vorig artikel
bepaald, alleen en bij uitsluiting bezig houden met de na te melden werkzaamheden, als:
a. Het ontwerpen der verordeningen voortvloeijende uit het bepaalde bij artikel 19
der wet op de zamenstelling der Regterlijke Magt en het beleid der Justitie;
b. Het opstellen der tarieven, der voordragten en reglementaire verordeningen bij
Onze besluiten van den 8sten Junij 1829 (Staatsblad no. 42, 43 en 44), en bij dat van den 16den Junij 1830 (Staatsblad no. 28) breeder omschreven; mitsgaders het ontwerpen van Reglementen van orde en
discipline voor de advokaten en prokureurs bij den Hoogen Raad, de Provinciale Geregtshoven
en de Arrondissements-Regtbanken, en eindelijk van reglementen op de organisatie en
de dienst der deurwaarders en regtsbedienden in het algemeen;
c. Het ontwerpen eener wet op de misdaad van zeerooverij, alsmede omtrent de civiele
geschillen en misdrijven in zaken van prijzen en buit; bij artikel 89 en 93 der wet
op de zamenstelling der Regterlijke Magt breeder vermeld;
d. Het ontwerpen van een reglement ten opzigte van het hooger beroep van vonnissen
gewezen bij de Hoven van Justitie in de Kolonien van den Staat;
e. Het advijseren op verzoeken om gratie en dispensatie van wettelijke bepalingen,
naar aanleiding van de artikelen 67 en 68 der Grondwet.
Junij van dit loopende jaar, en zich in het tusschenvak zijner installatie tot op
het tijdstip voor de invoering der nieuwe Nederlandsche Wetgeving bij het vorig artikel
bepaald, alleen en bij uitsluiting bezig houden met de na te melden werkzaamheden, als:
a. Het ontwerpen der verordeningen voortvloeijende uit het bepaalde bij artikel 19
der wet op de zamenstelling der Regterlijke Magt en het beleid der Justitie;
b. Het opstellen der tarieven, der voordragten en reglementaire verordeningen bij
Onze besluiten van den 8sten Junij 1829 (Staatsblad no. 42, 43 en 44), en bij dat van den 16den Junij 1830 (Staatsblad no. 28) breeder omschreven; mitsgaders het ontwerpen van Reglementen van orde en
discipline voor de advokaten en prokureurs bij den Hoogen Raad, de Provinciale Geregtshoven
en de Arrondissements-Regtbanken, en eindelijk van reglementen op de organisatie en
de dienst der deurwaarders en regtsbedienden in het algemeen;
c. Het ontwerpen eener wet op de misdaad van zeerooverij, alsmede omtrent de civiele
geschillen en misdrijven in zaken van prijzen en buit; bij artikel 89 en 93 der wet
op de zamenstelling der Regterlijke Magt breeder vermeld;
d. Het ontwerpen van een reglement ten opzigte van het hooger beroep van vonnissen
gewezen bij de Hoven van Justitie in de Kolonien van den Staat;
e. Het advijseren op verzoeken om gratie en dispensatie van wettelijke bepalingen,
naar aanleiding van de artikelen 67 en 68 der Grondwet.