BWBR0001831
Artikel 1
Besluit beheer van gelden en goederen van zeelieden, die, ter koopvaardij uitvarende, op de reis komen te overlijden of vermist raken
1 De schippers, eigenaars of boekhouders der koopvaardijschepen zullen de nagelaten
goederen, gelden en verdiende gagien van zoodanige schepelingen, welke gedurende de
reize, overleden, achtergebleven of vermist zijn, en bijaldien de erfgenamen of representanten
onbekend of uitlandig mogten wezen, of zich niet mogten aanmelden, doen overbrengen
in de kas der geregtelijke consignatien, ten einde daarmede op den voet der wet van
den 20 December 1823 (staatsblad no. 53) te worden gehandeld.
2 Voor zoo verre het nagelatene geheel of gedeeltelijke mogt bestaan uit andere voorwerpen,
dan gereede penningen, zullen die voorwerpen in het voorgestelde geval, op de wijze
bij de administratie gebruikelijk, in het openbaar verkocht en de opbrengst daarvan
in de kas der geregtelijke consignatien gestort worden.
goederen, gelden en verdiende gagien van zoodanige schepelingen, welke gedurende de
reize, overleden, achtergebleven of vermist zijn, en bijaldien de erfgenamen of representanten
onbekend of uitlandig mogten wezen, of zich niet mogten aanmelden, doen overbrengen
in de kas der geregtelijke consignatien, ten einde daarmede op den voet der wet van
den 20 December 1823 (staatsblad no. 53) te worden gehandeld.
2 Voor zoo verre het nagelatene geheel of gedeeltelijke mogt bestaan uit andere voorwerpen,
dan gereede penningen, zullen die voorwerpen in het voorgestelde geval, op de wijze
bij de administratie gebruikelijk, in het openbaar verkocht en de opbrengst daarvan
in de kas der geregtelijke consignatien gestort worden.