Rechtspraak Raad van State 2026-02-20
ECLI:NL:RVS:2026:945
202506050/2/R3. Datum uitspraak: 20 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoekster], gevestigd in [plaats], verzoekster, en de raad van de gemeente Het Hogeland, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 september 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Eemshaven" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben Holland Battery 2 B.V. en [verzoekster] beroep ingesteld. Holland Battery 2 en [verzoekster] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 12 februari 2026, waar Holland Battery 2, vertegenwoordigd door mr. L. Zuurbier, rechtsbijstandverlener in Amsterdam, vergezeld door ing. D. Sanders, [verzoekster], vertegenwoordigd door ir. E.C. Doekemeijer, vergezeld door [persoon], en de raad, vertegenwoordigd door B. Moes, J.P. Dwarshuis en mr. M.J. Tunnissen, advocaat in Arnhem, zijn verschenen. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 22 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Voor de Eemshaven geldt de beheersverordening "Eemshaven" en de Facetbeheersverordening geluidverdeelplan Eemshaven. Het in deze procedure aan de orde zijnde bestemmingsplan is een actualisering daarvan. In artikel 19.4 van de regels van het bestemmingsplan is een geluidregeling opgenomen. In de toelichting op het bestemmingsplan staat hierover dat de Eemshaven en twee andere aangrenzende industrieterreinen binnen de in 1993 vastgestelde Geluidzone-Industrie liggen en deel uitmaken van het geluidgezoneerde industrieterrein Eemshaven. Om er voor te zorgen dat er binnen de industrieterreinen zelf voldoende geluidruimte beschikbaar blijft voor alle bestaande en toekomstige bedrijfsactiviteiten en dat bedrijven niet meer geluid maken dan noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering, is in artikel 19.4.2 van de planregels een regeling opgenomen voor de verdeling van die totale geluidruimte die beschikbaar is. Hiervoor is het terrein opgedeeld in geluidkavels. Op iedere geluidkavel zijn op de verbeelding standaard-geluidbudgetten opgenomen. Die geluidbudgetten op deze kavels zijn aangeduid als geluidemissiewaarden voor dag, avond en nacht. Deze waarden geven een recht op 'geluidproductie' dat altijd geldt op die kavel. De activiteiten van bedrijven waarbij geluid geproduceerd wordt, moeten dus binnen deze standaard blijven. Naast deze rechten op geluidruimte is het volgens de toelichting mogelijk om op geluidkavels op het industrieterrein meer geluidruimte toe te kennen. Dit kan omdat er in de geluidverdeling over het totale Eemshavengebied rekening is gehouden met een geluidreserve. Bedrijven kunnen extra geluidruimte aanvragen met een omgevingsvergunning. Hiervoor is in artikel 19.4.3 van de planregels een regeling opgenomen. In dat artikel wordt verwezen naar de Beleidsregel Geluidverdeelplan Eemshaven en Oostpolder (Beleidsregel). 3. [verzoekster] is een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op op- en overslag, be- en verwerking van primaire en (verontreinigde) secundaire bouwstoffen en afvalstoffen. Het bedrijf is gevestigd op