Rechtspraak Raad van State 2026-02-18
ECLI:NL:RVS:2026:926
202404570/1/R3. Datum uitspraak: 18 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: GeoMEC-4P Realisatie en Exploitatie B.V., gevestigd in Vierpolders, gemeente Voorne aan Zee, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juni 2024 in zaak nr. 21/2329 in het geding tussen: GeoMEC en het college van burgemeester en wethouders van Brielle, nu Voorne aan Zee. Procesverloop Bij besluit van 23 september 2020 heeft het college de aanvraag van GeoMEC om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een collectieve energievoorziening door middel van biomassa (hierna: biomassa-installatie) buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 23 maart 2021 heeft het college het door GeoMEC daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 juni 2024 heeft de rechtbank het door GeoMEC daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft GeoMEC hoger beroep ingesteld. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak behandeld op een zitting van 13 maart 2025, waar GeoMEC, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J. Geelhoed, advocaat in Honselersdijk, en het college, vertegenwoordigd door ing. A.J. Heijkoop, N. van Helvoort en J. Brinkman, bijgestaan door mr. R.S. Wijling, advocaat in Rotterdam, zijn verschenen. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo). De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 5 juli 2020. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Inleiding 2. GeoMEC heeft de omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een biomassa-installatie aan de Tuindersweg 10 in Vierpolders (hierna: het perceel). Bij het besluit van 23 september 2020 heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende waren om te beoordelen of de aanvraag voldoet aan het Bouwbesluit 2012, de Bouwverordening, de Welstandsnota en het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Omgevingsplan Buitengebied Brielle", vastgesteld op 28 januari 2020. 3. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de vergunningaanvraag buiten behandeling mocht stellen. GeoMEC kan zich niet vinden in die uitspraak. 4. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage. Deze bijlage maakt deel uit van deze uitspraak. Hoger beroep 5. GeoMEC betoogt dat de uitspraak van de rechtbank is gebaseerd op een onjuiste veronderstelling. De rechtbank heeft in haar uitspraak opgenomen: "tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet alle door het college verzochte aanvullende gegevens heeft aangeleverd". Volgens GeoMEC blijkt uit wat door haar is aangevoerd bij de rechtbank dat dit wel in geschil was. 5.1. Het college stelt zich op het standpunt dat de rechtbank op dit punt juist heeft geoordeeld. Volgens het college heeft GeoMEC namelijk geen constructiegegevens aangeleverd, terwijl dit op grond van artikel 2.2 van de Regeling omgevingsrecht (hierna: de Mor) wel vereist is. GeoMEC heeft juist op grond van artikel 2.7 van de Mor verzocht of zij deze gegevens later mocht aanleveren. Daaruit blijkt al dat niet in geschil was dat GeoMEC niet alle opgevraagde gegevens heeft aangeleverd. Volgens het college heeft GeoMEC gegevens over de hoofdlijn van de constructie dan wel over het constructieprincipe niet aangeleverd. 5.2. Op grond van artikel 4:2 Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. J. Gundelach, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Schadd, griffier. w.g. Hoekstra voorzitter w.g. Schadd griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026 780-1076 BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht Artikel 4:2 1. De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de aanvrager; b. de dagtekening; c. een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd. 2. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Artikel 4:5 van de Awb luidt: 1. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien: a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of b. de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, of c. de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. […] Regeling Omgevingsrecht Artikel 2.2 In of bij de aanvraag om een vergunning voor een bouwactiviteit verstrekt de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden ten behoeve van toetsing aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012: 1. uit het oogpunt van veiligheid: a. gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat het te bouwen of te wijzigen bouwwerk voldoet aan de gestelde eisen in relatie tot: 1°. belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouwwerk, alsmede van het bouwwerk als geheel; 2°. de uiterste grenstoestand van de bouwconstructie en onderdelen van de bouwconstructie. Indien de aanvraag betrekking heeft op de wijziging of uitbreiding van een bestaand bouwwerk blijkt uit de aangeleverde gegevens tevens wat de opbouw van de bestaande constructie is (tekeningen en berekeningen) en wat de toegepaste materialen zijn; b. een schriftelijke toelichting op het ontwerp van de constructies, waaruit met name blijkt: 1°. de aangehouden belastingen en belastingcombinaties; 2°. de constructieve samenhang; 3°. het stabiliteitsprincipe; 4°. de omschrijving van de bouwconstructie en de weerstand tegen bezwijken bij brand hiervan; c. de detaillering van trappen, hellingbanen en vloerafscheidingen (inclusief hekwerken); d. de draairichting van beweegbare constructieonderdelen; e. de brandveiligheid en rookproductie van toegepaste materialen; f. de brandcompartimentering. De opgave bevat tevens gegevens betreffende deuren en daglichtopeningen in uitwendige scheidingsconstructies. Voor zover van belang voor het vluchten bij brand, worden tevens de deuren en daglichtopeningen in inwendige scheidingsconstructies opgegeven; g. de vluchtroutes en de daarbij behorende mate van bescherming alsmede de aard en plaats van brandveiligheidsvoorzieningen; h. de inbraakwerendheid van bereikbare gevelelementen; […] Artikel 2.7 1. In de vergunning voor een bouwactiviteit wordt, indien de aanvrager een verzoek tot latere aanlevering heeft ingediend, bepaald dat de volgende gegevens en bescheiden uiterlijk binnen een termijn van drie weken voor de start van de uitvoering van de desbetreffende handeling worden overgelegd: a. gegevens en bescheiden met betrekking tot belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) en de uiterste grenstoestand van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouwwerk alsmede van het bouwwerk als geheel, voor zover het niet de hoofdlijn van de constructie dan wel het constructieprincipe betreft; […] 2. Het eerste lid is niet van toepassing v