Rechtspraak Raad van State 2026-02-18
ECLI:NL:RVS:2026:924
202500373/1/A3. Datum uitspraak: 18 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], gevestigd in [plaats], appellante, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 28 november 2024 in zaak nr. 24/900 in het geding tussen: [appellante] en de burgemeester van Amersfoort. Procesverloop Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 1.360,00 opgelegd wegens overtreding van de Alcoholwet. Bij besluit van 30 november 2023 heeft de burgemeester het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de burgemeester een nieuw besluit op bezwaar genomen, met een aanvullende motivering, ter vervanging van het besluit op bezwaar van 30 november 2023. Bij mondelinge uitspraak van 28 november 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 januari 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door [appellante], en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. B.J. Eising, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellante] is eigenaar van [jongerencafé] aan de [locatie 1] in Amersfoort. In dat café worden zowel alcoholhoudende als niet-alcoholhoudende dranken verkocht en geschonken. Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] een boete van € 1.360,00 opgelegd omdat [appellante] in strijd met artikel 20, eerste lid, van de Alcoholwet, alcoholhoudende drank heeft verstrekt aan bezoekers van wie niet is vastgesteld dat zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Als onderbouwing heeft de burgemeester een proces-verbaal van inspectie en een proces-verbaal van gehoor, beide gedateerd op 21 juni 2023 (hierna: de proces-verbalen), aan dat besluit ten grondslag gelegd. In het proces-verbaal van bevindingen staat dat in [jongerencafé] op 21 juni 2023 omstreeks 0:07 uur een controle heeft plaatsgevonden, waarbij gebruik is gemaakt van twee mystery guests die niet onmiskenbaar de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Verder volgt uit dat proces-verbaal dat de toezichthouders hebben waargenomen dat er aan de deur geen controle werd uitgevoerd naar hun leeftijd, dat de twee mystery guests aan de bar een cola en een wijn hebben besteld en dat hun leeftijd daarbij niet is gecontroleerd. De mystery guests hebben tegenover de toezichthouders verklaard dat hen niet is gevraagd naar hun leeftijd en ook niet naar hun identiteitsbewijzen. Verder hebben de mystery guests aan de toezichthouders verklaard dat zij de verstrekker niet kennen en dat zij niet eerder in [jongerencafé] zijn geweest. De burgemeester heeft het door [appellante] gemaakte bezwaar tegen het besluit van 27 juli 2023 ongegrond verklaard. Wettelijk kader 2. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak en maakt deel uit van deze uitspraak. Uitspraak van de rechtbank 3. De rechtbank heeft de boete in stand gelaten. Zij heeft daartoe overwogen dat volgens vaste rechtspraak de burgemeester in beginsel mag afgaan op de juistheid van de bevindingen in de proces-verbalen, tenzij er goede redenen zijn om eraan te twijfelen. De rechtbank ziet geen reden om aan de juistheid van de bevindingen in de proces-verbalen te twijfelen. Daaraan heeft de rechtbank onder meer ten grondslag gelegd dat het gebruikelijk is dat er een alcoholhoudende drank wordt geschonken als er wijn wordt besteld. Verder volgt uit de door [appellante] overgelegde inkoopfacturen niet dat [appellante] in de horecaonderneming geen wijn heeft met alcohol en evenmin dat de bevindingen in de proces-verbalen niet kloppen. Beoordeling hoger beroep 4. Het hoger beroep gaat over de vraag of de rechtbank de door de burgemeester opgelegde boete terecht in stand heeft gelaten. De hoogte van