Rechtspraak Raad van State 2026-02-18
ECLI:NL:RVS:2026:921
202403555/1/R2. Datum uitspraak: 18 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Vereniging Leefmilieu (MOB en Leefmilieu), beide gevestigd in Nijmegen, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 30 april 2024 in zaak nr. 22/2456 in het geding tussen: MOB en Leefmilieu en het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant Procesverloop Bij besluit van 6 september 2022 heeft het college aan maatschap De Peelhoeve vleesvarkenshouderij (De Peelhoeve) een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor het wijzigen en uitbreiden van de varkenshouderij aan de Peelweg 30 in Odiliapeel. Bij uitspraak van 30 april 2024 heeft de rechtbank het door MOB en Leefmilieu daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 6 september 2022 vernietigd en het college opgedragen om binnen twaalf weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met in achtneming van de uitspraak van de rechtbank. Tegen deze uitspraak heeft De Peelhoeve hoger beroep ingesteld dat op 4 februari 2026 is ingetrokken. MOB en Leefmilieu hebben incidenteel hoger beroep ingesteld. De Peelhoeve heeft een zienswijze op het incidenteel hoger beroep naar voren gebracht. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 5 februari 2026. Daar zijn MOB en Leefmilieu, vertegenwoordigd door ir. A.K.M. van Hoof, rechtsbijstandverlener in Gennep, en het college, vertegenwoordigd door mr. T.J.H. Verstappen, mr. M. Box en T.A.M. Hendriks, verschenen. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een natuurvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 2.9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. De aanvraag om een natuurvergunning is ingediend op 27 januari 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wnb, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Inleiding 2. De Peelhoeve exploiteert een varkenshouderij met 3.920 vleesvarkens aan de Peelweg 30 in Odiliapeel. De Peelhoeve wil haar bedrijf uitbreiden en heeft daarvoor een natuurvergunning aangevraagd. De uitbreiding heeft betrekking op een nieuwe stal 4 met 3.564 vleesvarkens, met een gecombineerd luchtwassysteem met 85% ammoniakemissiereductie, het houden van 13 zoogkoeien ouder dan 2 jaar in stal 3 en het houden van 13 stuks vrouwelijk jongvee in stal 3. De uitbreiding van het bedrijf leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De Peelhoeve heeft bij de aanvraag te kennen gegeven dat deze toename wordt gemitigeerd door het toepassen van extern salderen. Daarvoor is de natuurvergunning van 28 maart 2017 van het bedrijf aan de Udensedijk 32 in Mill gedeeltelijk ingetrokken. 2.1. Het college heeft de natuurvergunning verleend. De aangevraagde situatie leidt volgens het college, na toepassing van extern salderen, niet tot een toename van stikstofdepositie in de betrokken Natura 2000-gebieden. De aangevallen uitspraak 3. De rechtbank is van oordeel dat de natuurvergunning van het bedrijf aan de Udensedijk 32 in Mill voor extern salderen kan worden ingezet, maar dat het college ontoereikend heeft gemotiveerd dat voldaan is aan de voorwaarden voor extern salderen. Het incidenteel hoger beroep van MOB en Leefmilieu - Intrekking beroepsgronden 4. MOB en Leefmilieu hebben op de zitting de beroepsgronden dat de rechtbank een verkeerde uitleg geeft aan artikel 2.7, derde lid, van de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant en dat de rechtbank ten onrechte overweegt dat voorschrift IV aan de natuurvergunning kon wo