Rechtspraak Raad van State 2026-02-13
ECLI:NL:RVS:2026:814
202600107/2/R1. Datum uitspraak: 13 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker] en anderen, allen wonend in Amstelveen, verzoekers, en de raad van de gemeente Amstelveen, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 10 december 2025 heeft de raad het "Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Amstelveen Bruidsschat bouwen" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen vastgesteld (het besluit tot wijziging). Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker] en anderen hebben een nader stuk ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 5 februari 2026, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door mr. F.C.S. Warendorf, en de raad, vertegenwoordigd door drs. L. Schouten en N.J. Cuperus, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. Het besluit tot wijziging verplaatst de regels over bouwwerken, open erven en terreinen die in hoofdstuk 22 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen waren opgenomen, al dan niet inhoudelijk gewijzigd, naar andere hoofdstukken van het nieuwe deel van dit omgevingsplan. Daarbij heeft de raad enkele categorieën van veel voorkomende bouwwerken onder voorwaarden vergunningvrij gemaakt. In deze procedure zijn de volgende bouwwerken en de daarbij horende nieuwe artikelen van het besluit tot wijziging van belang: - een berging of overkapping bij woningen in het voorerfgebied (artikel 6.114 in samenhang gelezen met artikel 6.105, eerste lid); - een erf- of perceelafscheiding bij woningen in het voorerfgebied (artikel 6.172 in samenhang gelezen met artikel 6.162, tweede lid, aanhef en onder a); - een zwembad bij woningen in het achtererfgebied (artikel 6.178 in samenhang gelezen met artikel 6.162, tweede lid, aanhef en onder a). Volgens de motivering van het besluit tot wijziging heeft de raad hiervoor gekozen om bewoners en bedrijven meer ruimte te geven om vergunningvrij te verbouwen of uit te breiden. De hiervoor genoemde regels hebben voorrang op de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan op grond van artikel 6.11, derde lid, van het omgevingsplan. 2. [verzoeker] en anderen zijn het niet eens met de hiervoor genoemde artikelen. Zij vrezen dat het benutten van de daarin opgenomen mogelijkheden zal leiden tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Daarom voeren zij aan dat de raad niet goed heeft gemotiveerd dat die regels nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ook passen deze regels volgens hen niet goed bij de doeleinden die de raad in het omgevingsplan heeft opgenomen. Ten slotte betogen zij dat de regels die met het besluit tot wijziging zijn opgenomen niet gericht zijn op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. 3. [verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter gevraagd om het besluit tot wijziging te schorsen. Volgens hen hebben zij een spoedeisend belang bij deze voorlopige voorziening. Zij stellen dat anders al op grote schaal gebruik zal zijn gemaakt van de verruiming van het vergunningvrij bouwen op het moment dat de Afdeling uitspraak doet in de bodemprocedure. 4. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. Belangenafweging 5. De betogen van [verzoeker] en anderen leiden tot complexe juridische vragen over de wijze waarop de raad zijn bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen mag gebruiken. Die vragen lenen zich niet voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningenprocedure. Gelet daarop zal de voorzieningenrechter afzie