Rechtspraak
Raad van State
2026-02-11
ECLI:NL:RVS:2026:766
Bestuursrecht
Hoger beroep
2,026 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:766 text/xml public 2026-02-13T09:49:07 2026-02-11 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-02-11 202500629/2/A2 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:766 text/html public 2026-02-11T10:17:31 2026-02-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:766 Raad van State , 11-02-2026 / 202500629/2/A2 Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college aan Stichting Faunabeheereenheid Flevoland voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming voor het doden van edelherten met een geweer en gebruikmaking van een demper in de Oostvaardersplassen en de gebieden daaromheen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 23 juli 2025 overwogen dat het college met het rapport ‘Herkomst en migratie van Nederlandse edelherten en wilde zwijnen’ van Alterra Wageningen UR van juni 2016 en de ‘Notitie: Gunstige Staat van Instandhouding edelherten Oostvaardersplassen’ van Staatsbosbeheer van mei 2023 niet aannemelijk heeft gemaakt dat een populatie van 500 edelherten in de Oostvaardersplassen voldoende genetisch divers zou zijn. Deze tekortkoming, zo vervolgt de tussenuitspraak, kan niet worden ondervangen door maatregelen om de populatie te monitoren en/of het via natuurlijke of kunstmatige weg zorgen voor nieuwe dieren. 202500629/2/A2. Datum uitspraak: 11 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: Stichting Aanpak Misstanden Natuurbeheer (hierna: Stamina), gevestigd in Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank MiddenNederland van 23 december 2024 in zaak nr. 24/1362 in het geding tussen: Stamina en het college van gedeputeerde staten van Flevoland. Procesverloop Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college aan Stichting Faunabeheereenheid Flevoland voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) voor het doden van edelherten met een geweer en gebruikmaking van een demper in de Oostvaardersplassen en de gebieden daaromheen. Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het door Stamina daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij tussenuitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3439, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen zestien weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 6 december 2023 te herstellen. Bij besluit van 30 september 2025 (hierna: het herstelbesluit) heeft het college het besluit van 6 december 2023 gewijzigd door daaraan nadere voorschriften te verbinden. Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft Stamina een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop het college het gebrek heeft hersteld. Stichting Faunabeheereenheid Flevoland heeft medegedeeld dat zij instemt met het herstelbesluit. Het college heeft een nader stuk ingediend. Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), heeft de Afdeling bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een ontheffing op grond van de Wnb is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 2.9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. De aanvraag om een ontheffing is ingediend op 7 juli 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wnb, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. 2. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 23 juli 2025 overwogen dat het college met het rapport ‘Herkomst en migratie van Nederlandse edelherten en wilde zwijnen’ van Alterra Wageningen UR van juni 2016 en de ‘Notitie: Gunstige Staat van Instandhouding edelherten Oostvaardersplassen’ van Staatsbosbeheer van mei 2023 niet aannemelijk heeft gemaakt dat een populatie van 500 edelherten in de Oostvaardersplassen voldoende genetisch divers zou zijn. Deze tekortkoming, zo vervolgt de tussenuitspraak, kan niet worden ondervangen door maatregelen om de populatie te monitoren en/of het via natuurlijke of kunstmatige weg zorgen voor nieuwe dieren. Die maatregelen zijn ook niet vastgelegd in de aan de ontheffing verbonden voorschriften, zodat de tijdige uitvoering en instandhouding hiervan onvoldoende verzekerd zijn. De conclusie in de tussenuitspraak was dan ook dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat met de ontheffing geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populatie edelherten in de Oostvaardersplassen in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. 3. Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen is het hoger beroep van Stamina gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 6 december 2023 alsnog gegrond verklaren. Dat besluit komt wegens strijd met de artikelen 3.10, tweede lid, van de Wnb, in samenhang met artikel 3.8, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Wnb, voor vernietiging in aanmerking. 4. Bij het herstelbesluit heeft het college aan de ontheffing vijf nadere voorschriften verbonden. Op grond van deze voorschriften moet Stichting Faunabeheereenheid Flevoland wetenschappelijk onderzoek laten uitvoeren naar de genetische diversiteit van de populatie edelherten in de Oostvaardersplassen. De resultaten van het onderzoek moeten beschikbaar zijn vóór 1 augustus 2026 en worden gedeeld met het college en de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek. Het onderzoek moet ten minste een beschrijving van de genetische diversiteit van de populatie edelherten in de Oostvaardersplassen en een beschrijving van het eventuele verschil in de genetische variatie met de eerdere meting van de genetische variatie op basis van monsters in 2007 bevatten. Ook moet het een deskundigenoordeel bevatten over de vraag of er duidelijke aanwijzingen zijn dat de gunstige staat van instandhouding van de edelherten in de Oostvaardersplassen in gevaar dreigt te komen vanwege het afschot van edelherten tot een doelstand van 500 gedurende de looptijd van de ontheffing. Als uit de resultaten van dit onderzoek volgt dat het populatiebeheer van de edelherten gedurende de looptijd van de ontheffing afbreuk doet aan de gunstige staat van instandhouding van de populatie edelherten, mogen op basis van de ontheffing geen edelherten meer worden gedood tot het moment dat adequate maatregelen zijn genomen om de gunstige staat van instandhouding te borgen. In het herstelbesluit is hierop een uitzondering gemaakt voor het afschot van zieke en/of gebrekkige dieren. Deze mogen te allen tijde uit hun lijden worden verlost. 5. Het herstelbesluit is op grond van artikel 6:19 van de Awb mede onderwerp van het geding. Het beroep van Stamina is van rechtswege mede gericht tegen dit besluit. 6. Stamina betoogt in haar zienswijze dat met het herstelbesluit het geconstateerde gebrek niet is weggenomen. Met de aan de ontheffing verbonden nadere voorschriften heeft het college niet aannemelijk gemaakt dat de populatie edelherten in de Oostvaardersplassen van 500 voldoende genetisch divers is en voor de lange termijn levensvatbaar zal blijven. Dit moet nog blijken uit de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek, die nog tot 1 augustus 2026 op zich kunnen laten wachten. Het college staat in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek ten onrechte toe dat het afschot doorgaat tot de doelstand is bereikt, zonder dat er beschermende maatregelen worden getroffen. Dit is in strijd met het voorzorgsbeginsel, aldus Stamina. 6.1.