Rechtspraak Raad van State 2026-02-04
ECLI:NL:RVS:2026:599
202303567/1/R1. Datum uitspraak: 4 februari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend in [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de rechtbank) van 12 april 2023 in zaak nrs. 23/1054 en 23/1055 in het geding tussen: [appellant] en de Nationaal Coördinator Groningen (lees: de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, thans: de staatssecretaris Herstel Groningen). Procesverloop Bij besluit van 15 juni 2022 heeft de staatssecretaris op grond van artikel 8 van het destijds geldende Besluit versterking gebouwen Groningen (hierna: het BvgG) besloten dat de woning van [appellant] op het adres [locatie] in Siddeburen voldoet aan de veiligheidsnorm. Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de staatssecretaris het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen het besluit 15 juni 2022 gegrond verklaard en dat besluit herroepen. Bij uitspraak van 12 april 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 26 januari 2023 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de staatssecretaris het door [appellant] gemaakte bezwaar opnieuw gegrond verklaard, het besluit van 15 juni 2022 herroepen en besloten dat de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm. [appellant] heeft gronden ingediend tegen het besluit van 25 mei 2023. Bij besluit van 22 mei 2024 heeft de staatssecretaris opnieuw besloten dat de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm, ditmaal op grond van artikel 13i van de Tijdelijke wet Groningen (hierna: de TwG), en niet hoeft te worden versterkt. [appellant] heeft gronden ingediend tegen het besluit van 22 mei 2024. De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellant] en de staatssecretaris hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 29 september 2025, waar [appellant], bijgestaan door mr. R.V. Lie-A-Lien, rechtsbijstandverlener in Amsterdam, en vergezeld door [gemachtigde], en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. R.M. Don, vergezeld door mr. G.H. Poort-van Drempt en R.E. Kamer, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellant] is eigenaar van een woning aan de [locatie] in Siddeburen, een gebied waar aardbevingen als gevolg van gaswinning voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (hierna: de NCG) heeft laten onderzoeken of de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied. De NCG heeft op basis van enkele onderzoeken geconcludeerd dat dit het geval is. De staatssecretaris heeft daarom met zijn besluiten van 25 mei 2023 en 22 mei 2024 bepaald dat de woning van [appellant] niet voor versterking in aanmerking komt. [appellant] stelt dat de onderzoeken waarop de besluiten berusten onvoldoende aannemelijk maken dat zijn woning geen versterking behoeft. Wettelijk kader 2. De relevante wettelijke bepalingen staan in de bijlage bij deze uitspraak. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak. Beoordeling van het hoger beroep 3. Bij uitspraak van 12 januari 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen het besluit van 15 juni 2022 gegrond verklaard. De rechtbank heeft de staatssecretaris onder oplegging van een dwangsom opgedragen om binnen vier weken alsnog een besluit op dit bezwaar te nemen. 4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte oordeelt dat de staatssecretaris heeft voldaan aan de opdracht om binnen vier weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen, omdat het besluit van 26 januari 2023 geen nieuwe inhoudelijke beslissing over de versterking van de woning van [appellant] bevat. De rechtbank heeft hiermee nagelaten om het gesch De adviseur van de staatssecretaris heeft gemotiveerd gereageerd op de kritiek van Econstruct. 11.2. De staatssecretaris heeft voldoende toegelicht waarom het onderzoek naar de fundering voldoende was. "Destructief onderzoek" (lees: het slopen van muren) was niet nodig. De staatssecretaris heeft terecht gesteld dat de woning van [appellant] aan de veiligheidsnorm voldoet en niet hoeft te worden versterkt. Het betoog slaagt niet. 12. Het beroep van [appellant] tegen het besluit van 22 mei 2024 is ongegrond. Slot 13. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de uitspraak van de rechtbank; II. verklaart het beroep tegen het besluit van 25 mei 2023 niet-ontvankelijk; III. verklaart het beroep tegen het besluit van 22 mei 2024 ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. G.T.J.M. Jurgens en mr. N.H. van den Biggelaar, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.C.M. Wijgerde, griffier. De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen w.g. Wijgerde griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026 672-1136 BIJLAGE Tijdelijke wet Groningen Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; […] - Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat; […] - veiligheidsnorm: veiligheidsnorm van 10-5, zijnde het individueel aardbevingsrisico van maximaal 1 op de 100.000 per jaar dat een individu mag lopen in of nabij de verschillende bouwwerken waar dat individu verblijft; […] Artikel 13h Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet en de wijze waarop wordt bepaald welke maatregelen nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen. Artikel 13i 1. Onze Minister beoordeelt conform de prioritering in het programma van aanpak of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet. 2. Indien een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet, neemt Onze Minister een besluit inhoudende dat het gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet en geen versterkingsmaatregelen noodzakelijk zijn. […] Besluit tijdelijke wet Groningen Artikel 10f 1. De vaststelling of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet vindt plaats: a. door het gebouw toe te delen aan een typologie en te beoordelen aan de hand van de typologie, de locatie, de ontwerpdatum en afmetingen van het gebouw en volgens de NPR 9998; b. door het gebouw toe te delen aan een typologie en te beoordelen aan de hand van de typologie en de locatie; of c. indien een toedeling als bedoeld in onderdeel a of b niet mogelijk is, aan de hand van een individuele beoordeling volgens de NPR 9998. […] 5. Bij ministeriële regeling wordt aangewezen welke versie van de NPR 9998 wordt gehanteerd en worden nadere regels gesteld over: a. de toedeling en de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b; b. de individuele beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c; […] 6. Bij de vaststelling of het gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm, bedoeld in het eerste lid,[…], vindt een opname op locatie plaats. Regeling Tijdelijke wet Groningen Artikel 10.6 De individuele beoordeling van een gebouw volgens de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit, vindt plaats met inachtneming van de in bijlage 7 opgenomen voorwaarden. Artikel 10.8 Als de te hanteren versie van de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, vijfde lid, aanhef, van het Besluit, wordt de NPR 9998:2020 aangewezen. Bijlage 7. Voorwaarden voor individuele beoordeling van een gebouw volgens de NPR 9998, behorende bij artikel 10.6 van deze regeling 1. Indien voor de locatie van het gebouw onvoldoende relevante grondgegevens beschikbaar zijn, wordt aanvullend grondonderzoek uitgevoerd. 2. Indien dit nodig is voor he