Rechtspraak Raad van State 2026-08-26
ECLI:NL:RVS:2026:4910
Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn aan de gemeente Hoorn een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van de uitvoering van werkzaamheden aan de Geldelozeweg in Hoorn. De gemeente heeft zonder omgevingsvergunning werkzaamheden uitgevoerd aan de Geldelozeweg. De werkzaamheden bestaan, voor zover relevant, uit het verbreden en ophogen van de weg en het vervangen van het asfalt door beton. Voor legalisering van deze werkzaamheden heeft de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit "aanleggen" als bedoeld in van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo. [appellant] en anderen wonen aan de Geldelozeweg en hebben bezwaar tegen de omgevingsvergunning. Volgens hen is de omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan, omdat door de uitgevoerde werkzaamheden onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de Geldelozeweg. 202501824/1/R1. Datum uitspraak: 26 augustus 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant] en anderen, allen wonend in Hoorn, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 17 februari 2025 in zaak nr. 23/6813 in het geding tussen: [appellant] en anderen en het college van burgemeester en wethouders van Hoorn. Procesverloop Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college aan de gemeente Hoorn een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van de uitvoering van werkzaamheden aan de Geldelozeweg in Hoorn. Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft het college het door [appellant] en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit met aangepaste motivering in stand gelaten. Bij uitspraak van 17 februari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen hoger beroep ingesteld. Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellant] en anderen hebben een nader stuk ingediend. Het college heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 10 augustus 2026, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [appellant], bijgestaan door mr. M. Heimensem, advocaat in Den Oever, en het college, vertegenwoordigd door mr. S.E.J.M. Bogaarts, zijn verschenen. Deze zaak is tegelijk behandeld met de zaak 202600281/1/R1 (ECLI:NL:RVS:2026:4911), waarin heden ook uitspraak is gedaan. Overwegingen Overgangsrecht 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 19 januari 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft. Inleiding 2. De gemeente heeft zonder omgevingsvergunning werkzaamheden uitgevoerd aan de Geldelozeweg. De werkzaamheden bestaan, voor zover relevant, uit het verbreden en ophogen van de weg en het vervangen van het asfalt door beton. Voor legalisering van deze werkzaamheden heeft de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteit "aanleggen" als bedoeld in van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo. De Geldelozeweg heeft volgens het bestemmingsplan "Risdam en Nieuwe Steen-West" onder meer de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie". Volgens artikel 29.2.3 van de planregels kon de omgevingsvergunning alleen worden verleend als door de werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de Geldelozeweg. [appellant] en anderen wonen aan de Geldelozeweg en hebben bezwaar tegen de omgevingsvergunning. Volgens hen is de omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan, omdat door de uitgevoerde werkzaamheden onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de Geldelozeweg. Beoordeling in hoger beroep 3. [appellant] en anderen betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de omgevingsvergunning in strijd is met het bestemmingsplan. Zij voeren daarover aan dat het advies van MOOI Noord-Holland (de welstandscommissie) onzorgvuldig tot stand is gekomen. Volgens [appellant] en anderen wordt onevenredige afbreuk gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de Geldelozeweg omdat het aantal bomen sterk wordt verminderd en het wegprofiel is gewijzigd. 3.1. Artikel 2.11, eerste lid, van de Wabo luidt: "Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, waaromtrent regels zijn gesteld in een bestemmingsplan, […] wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien het werk of de werkzaamheid daarmee in strijd is […]." Artikel 29.1 van de planregels luidt: "De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn, naast de andere aangewezen bestemming, bestemd voor: het behoud, herstel en de uitbouw van de in de bij dit bestemmingsplan behorende bijlage 4 bij deze regels aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing." Artikel 29.2.1 luidt: "Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: a. het aanleggen, verbreden, verleggen of verharden van wegen en paden; b. het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het wijzigen van de profielindeling van wegen en paden; […]." Artikel 29.2.3 luidt: "De in lid 29.2.1 genoemde vergunning zal uitsluitend worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de in lid 29.1 bedoelde waarden." Artikel 29.2.4 luidt: "Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 29.2.1 wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de Commissie voor monumenten en welstand." 3.2. Aan het college lag ter beoordeling voor of door de wijzigingen aan de Geldelozeweg een onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van de Geldelozeweg. Het college heeft aan zijn besluit van 3 oktober 2023, waarbij het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen is gehandhaafd, het aanvullende advies van de welstandscommissie van 2 augustus 2023 ten grondslag gelegd. 3.3. Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat een partij over het advies heeft aangevoerd. 3.4. Volgens het aanvullende advies heeft de welstandscommissie rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van de Geldelozeweg. Het gaat daarbij, volgens de in artikel 29.1 van de planregels genoemde bijlage 4, met name om de zuidelijke helft van de Geldelozeweg die nog "het oorspronkelijke karakter van een smalle, door hoge bomen geflankeerde weg, gelegen op een smal, met gras begroeid dijklichaam met aan weerskanten wegsloten" heeft.