Rechtspraak Raad van State 2026-08-05
ECLI:NL:RVS:2026:4582
Bij beslissing van 16 april 2026 heeft het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam aan [appellante] rangnummer 433 toegekend voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam in het studiejaar 2026-2027. [appellante] heeft deelgenomen aan de decentrale selectie voor toelating tot de bacheloropleiding Geneeskunde in studiejaar 2026-2027. Zij heeft het rangnummer 433 toegekend gekregen. Zij is daarmee niet toegelaten tot de opleiding, die 342 plaatsen beschikbaar heeft. [appellante] heeft bij haar portfolio een cijferlijst meegestuurd van de bacheloropleiding farmaceutische wetenschappen (hierna: de cijferlijst). Deze cijferlijst is bij de beoordeling afgekeurd, omdat het geen gewaarmerkte cijferlijst betreft, zoals is beschreven op pagina 15 van het handboek selectieprocedure geneeskunde 2026 van de faculteit der Geneeskunde van de VU (handboek). 202601890/1/A2. Datum uitspraak: 5 augustus 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend in [woonplaats], appellante, en het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam (hierna: het college of de VU), verweerder. Procesverloop Bij beslissing van 16 april 2026 heeft het college aan [appellante] rangnummer 433 toegekend voor de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam in het studiejaar 2026-2027. Bij beslissing van 19 juni 2026 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 21 juli 2026, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. M. Lukic en mr. drs. A.C. van Dijk, zijn verschenen. Overwegingen 1. [appellante] heeft deelgenomen aan de decentrale selectie voor toelating tot de bacheloropleiding Geneeskunde in studiejaar 2026-2027. Zij heeft het rangnummer 433 toegekend gekregen. Zij is daarmee niet toegelaten tot de opleiding, die 342 plaatsen beschikbaar heeft. 2. De selectieprocedure voor 2026 bestond uit een portfolio en een selectietoets. De VU heeft elk portfolio dat op de juiste wijze en vóór de deadline is verzonden, beoordeeld volgens een van te voren vastgesteld scorevoorschrift. Aan school- en studieresultaten en uitgevoerde activiteiten zijn alleen punten toegekend als deze voldoen aan alle criteria voor het toekennen van punten. 3. [appellante] heeft bij haar portfolio een cijferlijst meegestuurd van de bacheloropleiding farmaceutische wetenschappen (hierna: de cijferlijst). Deze cijferlijst is bij de beoordeling afgekeurd, omdat het geen gewaarmerkte cijferlijst betreft, zoals is beschreven op pagina 15 van het handboek selectieprocedure geneeskunde 2026 van de faculteit der Geneeskunde van de VU (handboek). Zo ontbreken de handtekening van de ondertekenaar en de stempel van de onderwijsinstelling. [appellante] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het college heeft de oorspronkelijke toekenning van het rangnummer in bezwaar in stand gelaten. Beroep Met betrekking tot de minnelijke schikking 4. [appellante] betoogt dat er ten onrechte geen poging is gedaan om tot een minnelijke schikking te komen, zoals bedoeld in artikel 7:63a, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Hoewel er een gesprek heeft plaatsgevonden, is daarbij geen concreet voorstel gedaan om tot een oplossing te komen. Er is geen voorstel tot een compromis gedaan, er is geen alternatieve oplossing onderzocht, en het college is niet op enigerlei wijze aan [appellante] tegemoet gekomen. 4.1. Uit de beslissing van 19 juni 2026 volgt dat de geschillenadviescommissie is nagegaan of een minnelijke schikking mogelijk is. [appellante] en het college hebben elkaar gesproken op 30 april 2026, maar bleven bij hun eerder ingenomen standpunten. Naar het oordeel van de Afdeling is de geschillencommissie daarmee voldoende nagegaan of een minnelijke schikking tussen partijen tot de mogelijkheden behoorde (vergelijk: de uitspraak van 15 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2883). Het betoog slaagt niet. Met betrekking tot de alsnog overgelegde gewaarmerkte cijferlijst 5. De cijferlijst die [appellante] heeft overgelegd voor haar portfolio, had zij gedownload uit het studentenportaal van de VU. Dit kan alleen als je studeert aan de VU. Zij is ervan uitgegaan dat de cijferlijst een officieel document was. Bovendien heeft zij in bezwaar alsnog een gewaarmerkte cijferlijst overgelegd. Volgens [appellante] had de gewaarmerkte cijferlijst betrokken moeten worden in de beoordeling, en had dit moeten leiden tot een herberekening van haar rangnummer. Naar haar mening is een kleine vergissing als deze relatief onbelangrijk in het licht van het doel van de selectie en de studie. Een belangrijk deel van haar profiel is op deze wijze onvoldoende beoordeeld. Door het afwijzen van de ingeleverde cijferlijst is bij de beoordeling niet betrokken dat [appellante] een inhoudelijk zware studie volgt, die direct aan Geneeskunde is gerelateerd. Het niet meenemen van de cijferlijst is zodoende in strijd met de geest, het doel en de strekking van de selectieprocedure. Het college heeft daarbij ten onrechte niet onderzocht of een minder ingrijpend alternatief mogelijk was. 5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie: de uitspraak van 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4621, onder 4), is het doel van de decentrale selectieprocedure om op een zo eerlijk en snel mogelijke wijze een grote groep kandidaten te beoordelen en te rangschikken. De wetgever heeft onderwijsinstellingen veel beleidsruimte gegeven bij het vaststellen van selectiecriteria bij de numerus fixus opleidingen, zolang deze duidelijk vooraf kenbaar zijn voor de kandidaten. 5.2. Om kandidaten te ondersteunen bij hun deelname aan de selectieprocedure kunnen kandidaten bij de VU gebruik maken van het daartoe opgestelde handboek. In dit handboek is onder meer toegelicht aan welke eisen bewijsstukken, onder meer bewijsstukken die zien op studieresultaten, moeten voldoen. Ook vermeldt het handboek dat alleen bewijs dat voldoet aan de omschreven criteria wordt beoordeeld, en dat bewijs dat niet aan deze eisen voldoet, niet wordt beoordeeld en dat daar ook geen punten aan worden toegekend. In het handboek is ten aanzien van bewijs voor studieresultaten opgemerkt dat een gewaarmerkte cijferlijst moet worden opgevraagd bij de instelling waar de student studeert. Verder is - in een rood lettertype - toegevoegd dat een student geadviseerd wordt om te controleren of het bewijs van de studieresultaten voldoet aan de criteria van tabel 2 en tabel 3c. In tabel 3c is onder meer vermeld dat een cijferlijst van een nog niet afgeronde wo-opleiding moet zijn voorzien van een naam, logo en stempel van de onderwijsinstelling, en een naam en handtekening van de ondertekenaar. De door [appellante] overgelegde cijferlijst uit het studentenportaal voldoet daar niet aan, onder meer omdat de cijferlijst niet is ondertekend. Op de zitting bij de Afdeling heeft het college toegelicht dat het vereiste van een gewaarmerkte cijferlijst een waarborgfunctie heeft. Een medewerker van de universiteit kan op deze wijze verifiëren of de cijfers die op een document staan vermeld overeenkomen met de bij een universiteit geregistreerde resultaten. Bij een decentrale selectie zoals hier bedoeld, worden kandidaten op hetzelfde moment aan de hand van dezelfde criteria beoordeeld. Wanneer, zoals [appellante] heeft aangevoerd, een gecorrigeerd bewijsstuk op een later moment wordt meegewogen, levert dit een bevoordeling op ten opzichte van andere kandidaten. De mate of ernst van het gebrek dat aan het eerste bewijsstuk kleefde, maakt daarbij geen verschil (zie ook de hiervoor genoemde uitspraak van 13 december 2023, onder 4). De Afdeling is daarom van oordeel dat het college de toekenning van het rangnummer in stand heeft kunnen laten.