Rechtspraak Raad van State 2026-07-15
ECLI:NL:RVS:2026:4153
Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 hebben de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de bedrijfswoning onderscheidenlijk de bedrijfshal aan de [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Beide panden werden ten tijde van de besluitvorming verhuurd. Het college heeft beide panden aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de APV, omdat de leefbaarheid en/of openbare orde rondom de panden onder druk staat. Op grond van de aanwijzingsbesluiten is het verboden om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren. 202403334/1/A3. Datum uitspraak: 15 juli 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: Compromis Vastgoed B.V., gevestigd in Apeldoorn, en [appellant], wonend in [woonplaats], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 mei 2024 in zaak nr. 23/295 in het geding tussen: Compromis en [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn. Procesverloop Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 hebben de burgemeester en het college de bedrijfswoning onderscheidenlijk de bedrijfshal aan de [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014 (hierna: APV). Bij besluit van 6 januari 2023 heeft het college de door Compromis en [appellant] tegen deze besluiten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 mei 2024 heeft de rechtbank het door Compromis en [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben Compromis en [appellant] hoger beroep ingesteld. De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Compromis en [appellant] hebben ieder nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 4 februari 2026, waar Compromis, vertegenwoordigd door [gemachtigde] bijgestaan door mr. F.J.M. Kobossen, advocaat in Twello, en [appellant], bijgestaan door mr. J.H.M. Berenschot, advocaat in Apeldoorn, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.B. Jansen en H. Terwel, bijgestaan door mr. F.A. Pommer, advocaat in Nijmegen, zijn verschenen. Overwegingen Toepasselijke regelgeving 1. De voor deze zaak relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak. Inleiding 2. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Beide panden werden ten tijde van de besluitvorming verhuurd. Het college heeft beide panden aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de APV, omdat de leefbaarheid en/of openbare orde rondom de panden onder druk staat. Op grond van de aanwijzingsbesluiten is het verboden om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren. 3. Aan zijn besluitvorming heeft het college onder andere ten grondslag gelegd dat zowel het bedrijfspand als de bedrijfswoning op 26 januari 2022 voor zes maanden is gesloten door de burgemeester, omdat de politie bij een onderzoek drugs-gerelateerde zaken en een vuurwapen heeft aangetroffen. Verder heeft het college aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat het bedrijfspand in 2012 door de burgemeester is gesloten omdat daar een illegale coffeeshop, een seksinrichting en een illegaal horecabedrijf werden geëxploiteerd. Ook heeft het college meegewogen dat in 2019 meerdere politie-invallen en controles zijn gedaan bij autobedrijven in de Sleutelbloemstraat en dat deze gebeurtenissen zijn uitgelicht in de media. De rechtbank heeft de besluitvorming van het college in stand gelaten. Hoger beroep 4. Compromis en [appellant] betogen dat het college de panden niet mocht aanwijzen als vergunningplichtig. In de eerste plaats voeren zij hiertoe aan dat in of rondom de panden de openbare orde niet onder druk staat. Het college mocht de sluiting van het bedrijfspand in 2012 niet betrekken bij zijn besluitvorming, omdat dit lang geleden is. Ook had het college de politie-invallen en controles bij autobedrijven aan de Sleutelbloemstraat niet mogen meewegen, omdat deze geen betrekking hebben op de panden van Compromis en [appellant]. Verder zijn er in de panden geen aanwijzingen gevonden voor drugshandel zoals drugs of een kweekruimte en is er geen overlast gemeld. Weliswaar is er in de slaapkamer van de bedrijfswoning een vuurwapen gevonden, maar dit heeft geen invloed gehad op de openbare orde. Er zijn immers geen schietincidenten of bedreigingen geweest, aldus [appellant]. In de tweede plaats betogen Compromis en [appellant] dat de besluitvorming niet evenredig is. Hiertoe voert [appellant] aan dat het niet nodig was een aanwijzingsbesluit te nemen dat ziet op de bedrijfswoning, omdat de bedrijfswoning al was gesloten en de openbare orde daardoor was hersteld. Het college had een lichtere maatregel moeten opleggen, zoals een last onder dwangsom of een waarschuwing. Bovendien zijn de aanwijzingsbesluiten volgens Compromis en [appellant] niet evenwichtig, omdat het nadelige financiële gevolgen voor hen heeft. Als gevolg van de aanwijzingsbesluiten kunnen zij de panden namelijk niet verhuren of verkopen. Tot slot heeft het college in strijd gehandeld met het gelijkheidsbeginsel en had het college bij de besluitvorming mee moeten wegen dat zij allebei geen strafrechtelijk verleden hebben, aldus Compromis en [appellant]. Beoordeling hoger beroep Bevoegdheid college 5. Op grond van artikel 2.65b van de APV kan het college gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2.65c van de APV. Dit betekent dat het verboden is om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen. Volgens artikel 2:65a, onder c, van de APV wordt, voor zover relevant, onder bedrijf de bedrijfsmatige activiteit verstaan die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of een daarbij behorend perceel of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 5.1. De Afdeling stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat op het gehele perceel een bedrijfsbestemming rust, waardoor het pand dat als bedrijfswoning in gebruik is, ook volledig als bedrijf kan worden gebruikt. Dit betekent dat het college op grond van de genoemde bepalingen van de APV ook de bedrijfswoning kan aanwijzen als vergunningplichtig. Op het moment dat de eigenaar of de huurder ook de bedrijfswoning voor bedrijfsmatige activiteiten wil gebruiken, moet daarvoor dan dus een vergunning worden aangevraagd. Verstoring van de openbare orde en/of leefbaarheid 6. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat in of in de nabijheid het bedrijfspand en de bedrijfswoning de leefbaarheid en/of openbare orde onder druk staat. Het college heeft zich daarbij mogen baseren op de eerdere sluiting van het bedrijfspand in 2012 en de sluiting van beide panden in 2022. Ook mocht het college meewegen dat bij een onderzoek van het perceel in 2022 in het bedrijfspand stoffen en voorwerpen zijn gevonden waarmee harddrugs geproduceerd kunnen worden. Hoewel er volgens [appellant] geen incidenten hebben plaatsgevonden met het vuurwapen, neemt dit niet weg dat het college mocht meewegen dat er een vuurwapen in de bedrijfswoning aanwezig was. Ook de politie-invallen en controles bij autobedrijven aan de Sleutelbloemstraat mocht het college aan zijn besluitvorming ten grondslag leggen, omdat deze panden zich in de nabijheid van het bedrijfspand en de bedrijfswoning bevinden, hetgeen mag worden betrokken bij de beoordeling van de leefbaarheid en de openbare orde. Het betoog slaagt ook in zoverre niet. Noodzakelijkheid en evenwichtigheid 7.